A Love Story

 In WattCycling column

‘Iedereen houdt van Doekoe, iedereen houdt van geld. Maar geld maakt niet gelukkig, maar mijn vriend Def Rhymz wel’. Een iets andere klassieker dan Parijs – Roubaix, maar wel de eerste zin van de éérste hit van Def Rhymz. Kort daarop volgde zijn debuutalbum genaamd De Goeiste met nog meer hoorgasmende parels als schudden, de bom en ze zitten me achterna. Nog geen jaar later volgde het logische tweede album De Allergoeiste met…exact dezelfde nummers! Soms zijn dingen zó goed dat het je kan blijven grijpen. De grootsheid en ambitie zit hem dan in het koesteren en liefhebben van wat er al is. Wanneer je de Surinaamse rap vibes remixt met wat Franse historie borrelt er iets op… wat geen Doekoe is, maar wel zielsgelukkig maakt. Lees verder!

Een van de ooms van Def was Lieve Hugo, die ik op het Kwakoe festival in de Bijlmer heb mogen leren kennen als Iko. Iko werd daar op handen gedragen als een van de grondleggers van de Surinaamse dansmuziek Kaseko. Een traditionele Surinaams-Creoolse vorm van straatmuziek waar in een bevlogen vraag-en-antwoord zang onder begeleiding van opzwepende percussie en bekkens een soort New Orleans bluegrass achtige bigi-poku setting alles tot schudden wordt gebracht. Kaseko komt dan ook van het Franse casser les corps wat vrij vertaald: breek het lichaam; schud met het lichaam betekent. Een schudden wat al generatie op generatie gebeurt zonder dat de Surinaamse Pom schotel omhoogkomt. Hoe kan dat? Rita van de Surinaamse afhaal nabij station Muiderpoort wist het gelukkig. Je schudt vanuit je hart. Vanuit alles wat je gevormd en geschaafd heeft tot het moment waarop je nu bent. En je billen volgen dan vanzelf. Dan heeft het geen effect op je maag. Ik ben te weinig medisch geschoold om deze theorie te kunnen staven, maar de puurheid ervan kon me zeker bekoren. Dat de liefde voor iets sterker is dan het eventuele ongemak wat erbij komt kijken. Wezenlijk onderdeel misschien wel zelfs. We hebben geproefd, gelachen en gedanst onder flikkerende tl-buizen op een naar Roti ruikende dinsdag avond. En dat voor een klein beetje doekoe.

In de trein naar huis keek ik de prachtige korte surf film ‘Hireth’ waar Mike Lay en Colin MacLeod de ijskoude golven van de ruwe ongerepte Schotse kustlijn bespelen. De connectie tussen mens en natuur prachtig in beeld gebracht waarbij twee mannen speelsheid en doorzettingsvermogen tonen door juist deze ontberende omstandigheden op te zoeken. De golven komen telkens opnieuw en opnieuw, maar zijn er aan de andere kant al heel lang. En dat is precies wat de goesting en verbinding in deze mannen aanwakkert. Een prachtig fenomeen waar we zelf ook dagelijks mee te maken hebben. Zonsopgang is er bijvoorbeeld iedere dag en er zijn ook iedere dag steentjes om te verzamelen (voor mijn neefjes zeg ik altijd maar terwijl mijn jaszakken uitpuilen). Het is een stuk makkelijker nieuwe stenen te vinden dan die ene steen te vinden waar je eindeloos verzot op kan blijven. De Allergoeiste steen. Die steen die de tand des tijds heeft doorstaan maar nog altijd weet te raken als geen andere steen. Een steen die net groot genoeg is om slapeloze nachten en zwabberbenen van te krijgen, waardoor je weet dat dit precies de goede is. Een steen die fantastisch is, maar niet altijd makkelijk te waarderen. Maar als het makkelijk was, was het waarschijnlijk niet zo’n fantastisch steen geweest. Een steen die je niet op wil geven. Want als je het wel op zou geven was de steen het niet waard geweest. Er zijn genoeg mooie stenen, maar je moet de steen vinden die het de moeite waard is om voor te lijden. Waardoor je bereid bent of niet anders kan dan zelf van een steen een kei te worden. En mengelmoes van Kaseko en kassei in optima forma.

Def Rhymz betwijfelde al of geld gelukkig maakt natuurlijk. Op zich kan je van geld een racefiets of gravelbike binnenhalen, tent erbij, koffie, zakmes… en bij een kampvuur met wat marshmallows naar een prachtige sterrenhemel turen. Aanrader overigens. Maar hoe verzot ik ook ben op het verzamelen van momentjes als deze is echte steengoedheid iets consistenter. Het is een steady iets dat zacht is wanneer nodig, maar ook hard als je dat even kan gebruiken. Het is er iedere dag. Een steen waarin je het beste kan zien, die je waarschijnlijk treft op z’n slechtst. Waarvan je weet dat je hem wil poetsen, omdat je iets ziet wat de steen zelf nog niet altijd lijkt te zien.

En als je er verliefd op wordt wanneer de steen niet eens opgepoetst in de vitrine op zijn best is, weet je dat je de oneffenheden ervan met gemak kan accepteren. Een steen die de speelsheid, eigenheid en veiligheid in je naar boven haalt terwijl het wel met de chicane randjes ervan schuurt. Een steen die er bij elke getijde en seizoen ligt. Een steen die bij het eerste contact iets magisch in je naar boven haalt en je niet meer loslaat. Net als Matthew Hayman en Dylan van Baarle de enige twee renners zijn die zowel eerste als laatste in Parijs – Roubaix zijn geworden, is het iets wat je alle kanten op kan schudden om uiteindelijk altijd bij je in je hart te blijven of terug te komen. De Letse wielrenner Emīls Liepins van Team DSM – Firmenich had vorig jaar twee weken antibiotica nodig voordat hij weer fatsoenlijk met zijn lichtblauwe kijkers over zijn stuur kon turen na het rijden over de kasseien. Maar dit jaar was hij er met al zijn grinta en liefde gewoon weer bij. Verzotter op de koers dan ooit, omdat hij eraan geproefd had. Zo werkt het vaker bij mannen trouwens, dat het allemaal ietsje langer duurt of achteraf pas doordringt. Het inzicht en besef ligt meer dan eens op de hobbelige route die juist is ingeslagen door de realisatie en confrontatie te vermijden. Het is deze laatste steen waar je aan denkt voor het slapen gaan wat de bron van je grootste geluk, je grootste lijden, en daarmee allebei is. De afkeer die je tegen de steen ontwikkelt door bijvoorbeeld het kapot kletteren van je handen symboliseert meer dan eens een stukje van jezelf. Want hetgeen wat we niet kennen, kan ons ook niet tegenstaan. Het is enerzijds machtig, mythisch, nostalgisch en magisch tegelijk als een fietsritje door een paradijselijk Disney-park en anderzijds lijkt het een jaarlijkse uitgave van Jurrasic Park zonder al te veel mitsen en maren waar de dinosauriërs dit jaar met gemiddeld 47,8 kilometer per uur ontvlucht werden. Ongekend. On-ge-kend.

De kasseien maken je niet per definitie iets en laten je ook niet zomaar iets worden. Een beter mens of betere coureur. Het laat je vooral on-worden van wat je niet bent. Het haalt alle overbodige laagjes als een goed gepelde ui van je af zodat overblijft wat je bent, drijft en vormt in de eerste plaats. Het zijn die stenen, die relatief kleine stenen die je als geen ander weten te pijnigen en vormen. Maar het zijn diezelfde stenen die je ook gelukkig maken. En het is dát moment dat je de kassei aan kan kijken en kan zeggen: ik geef je niet op, je bent het waard, ik ben het waard… dat de steen je wel een beter mens maakt.  Je hoort het jezelf zeggen: ‘’Ik ga waarschijnlijk helemaal naar de klote, maar ik ga nergens heen. Ik ga leren hoe ik je/me kan liefhebben zoals Rita van haar Surinaamse eten houdt.‘‘

Vanaf dat moment kan je niet anders en ga je onbevreesd en gedisciplineerd door totdat je zo ontpelt en ontvouwen bent als een Mats, Mathieu of Nils die als een Aladin met opgevoerde Puch uit Twente richting en over de kasseien kletteren. De steen geeft niet mee. Het is stuiteren geblazen. Alle kanten op. Dat haalt de balans weg, waardoor bij elkaar komen nooit meer is zoals de eerste keer dat je elkaar ontmoet. Als een schip dat lekker wind mee vaart maar onverwachts in een stormachtige zee terecht komt. Je eerste neiging is dan toch om als individu de kantjes op te zoeken in plaats van elkaars hand vast te pakken en samen naar de kant te zwemmen. Dat zwemt nou eenmaal niet zo lekker. Van je hart een steen maken ligt op de loer waar de een kalk roept en de ander om steen. Maar een goede ziel weet van stenen brood te maken en van ieder vraagteken stilaan een punt te maken.

De ervaring leert, verandert je en maakt van een jongen een man. De ruimte tussen de kasseien is de ruimte waarin je kan groeien waar de nodige groeipijnen onderdeel van zijn. Iets wat juist de bedoeling lijkt te zien. Het brengt je op een grijs blubberig tussengebied als fietskleding dat te vies is voor de kast maar te schoon voor in de was. Dat gebied, meestal een stoel, geeft je de rust om het ook lief te hebben als het er niet is. Er lijkt dan ook geen reden te zijn om deze steen niet na te jagen, want het is deze steen die je iets laat voelen en met je doet wat andere stenen nooit is gelukt. Het is de ziel van de steen die je op een intiemere manier door elkaar schudt dan welke stoeprand, zeilsteen of kasseienstrook die je eerder geproefd hebt. En als je denkt aan al dat gesteente uit het verleden, je vingers door de mentale hoofdstukken laat glijden, kan je niet anders dan rustig lachen. Je realiseert dat er altijd een klein vuurtje heeft gebrand. Hoe klein ook. Hoe verborgen ook. En het is de keuze voor dit vuur, niet de kans, die bepaalt wat de toekomst gaat brengen. Of die keigoed gaat zijn of als een steen op de maag. Het is kiezen, doen, geloven en eeuwig geduld combineren. Geduld is niet simpelweg wachten, maar bewust zijn hoe je je gedraagt terwijl je wacht. Want je weet dat je wacht op een thuiskomen met historische douche.

De competitie veranderd dan in een samenspel waarin voelen en begrijpen de overhand nemen en als een kompas fungeren over de stroken. Het maakt je een man die groot genoeg is om zijn stuurfouten toe te geven, slim genoeg om ervan te leren (net als van andermans fouten) en sterk genoeg om ze te corrigeren. Hoe levendiger de muziek, hoe vaker een verkeerde noot. Maar het is de noot die daarop volgt die bepaalt of het goed of slecht was.

Het stelt je in staat om als een perfect gesoigneerde strijkplank in regenboogkleuren de relatie met de stenen aan te gaan. En die verbinding, die speelsheid, die liefde…is ongelofelijk mooi. Niet iedereen houdt van doekoe, niet iedereen houdt van geld. Sommige mensen willen zich veilig voelen in een gezond getraind lichaam, kneuterig in een hoekje kunnen kruipen in hun huis met iemand die ze liefhebben om te kijken naar hoe anderen ditmaal over stenen kletteren.

Het gaat dan niet alleen om de stenen overleven, maar er als geen ander mee kunnen gedijen. Van genieten. En dat doe je met passie, een beetje compassie, wat humor, gesoigneerde stijl en heel veel liefde. Je stopt met denken en begint te vertrouwen. En dan kom je misschien net als Cyrus Monk op bijna 50 minuten als laatste over de meet en moet je nog haasten om onder de legendarische douches te mogen staan, maar dat voelt als een overwinning. En als het wel te laat was geweest dan met alle liefde volgend jaar opnieuw ‘de hel’ door. Want zo ben je. Beter te strijden voor iets wat mogelijk nooit gaat gebeuren, dan iets opgeven waarvan je zeker weet dat het alles is wat je wil.

Het is hij wie de kasseien geproefd heeft die door het stof en de modder het voorjaarszonnetje ziet schijnen. Of misschien zie je het niet, maar voel je het wel. En ook al heeft je hoofd soms zijn twijfels, het Surinaamse hart weet genoeg. Het maakt je de persoon die het Allergoeiste album opnieuw aanzet, omdat je afgeleid was en het niet met voldoende aandacht en waardering aan het luisteren was. Het laat je beseffen dat 75 jaar eenzelfde jaar herhalen en over glad asfalt koersen geen leven is en de kasseienstroken misschien wel de meest waardevolle stroken zijn.

Potverdomme, wat hou ik toch van de stenen van Parijs – Roubaix. Het zijn deze stenen, deze stroken… die je als een volgegeten Surinamer laten schudden. Niet je maag. Maar wel je hoofd, hart en absoluut ook billen. Soms zijn dingen zó goed dat het je kan blijven grijpen. Of je nu wil of niet. Het nemen van een risico is dan ook geen angst, maar een noodzakelijkheid wanneer je iets nieuws wil bereiken. Het blijft een wielerwereld van oorzaak en gevolg waarbij je soms niets anders kan doen dan je eigen gedeelte in beweging zetten, ook al blijft de andere steen liggen. Het is vanuit oprechte liefhebberij de stenen vanuit een goede flow te benaderen. En dat is niet de benen stilhouden en wachten, maar simpelweg niet in de stress raken bij het vechten voor kansen die buiten je macht liggen. Het is schudden voor een groter doel. A Love story waarvan iedere editie de vorige overstijgt, ook al zit er soms een jaar flimsterende stilte tussen. En dat verhaal is de moeite waard om voor te blijven koersen, omdat het je simpelweg een beter mens en zielsgelukkig maakt. En daar kan geen doekoe tegenop.

 

Geschreven door WattCycling trainer Boyd ‘El Tractor’ Welsink

Ook een onverwoestbare tractor kan wel eens sputteren

Komende week staan alle trainingen in het teken van de Koers. De Ronde van Vlaanderen en Parijs – Roubaix kunnen we mooi simuleren, inclusief chicane en spekgladde Koppenberg. En ook de koersen die nog gaan komen gaan we alvast proeven. Dus we zakken lekker door, gaan schudden op de kasseien en laten hier en daar een bommetje vallen in het peloton. We gaan demarreren want iedereen zit me achterna en net zo lang door tot we als goeiste over de meet komen. Misschien nog net verder.  Want je bent niet te stoppe en hebt nog puf. Uiteindelijk kan er maar één de Allergoeiste zijn.

Recent Posts