Binda There, Done That

 In WattCycling column

Dat het wielrennen een mooie metafoor is voor de liefde, pijn, hoop, verdriet en alles daartussenin durfde ik al wel te stellen na 50+ columns. Dat ik bij het onderzoeken van de vraag ‘Hoe te handelen bij het rekenen met leed en offers’ uit zou komen bij interviews met Patrick Lefevere, David Brailsford en Mathieu Heijboer had ik niet zien aankomen. Deze, en meer ploegleiders, hebben allemaal voor keuzes gestaan die misschien niet bepalend zijn geweest voor mensenlevens, maar wel voor carrières. Keuzes die sneller gemaakt moesten worden dan een schakeling van binnen- naar buitenblad met een Di2. En dat vanuit een ploegleidersauto op 3000 meter hoogte, zonder airco, met meerdere media camera’s op je gericht. Niet wetende hoe de koers gaat lopen. Allemaal geven ze toe meermaals fouten te hebben gemaakt. En nachtenlang wakker te liggen vanwege een persoonlijk verantwoordelijkheidsgevoel wanneer er weer eens een renner het ravijn in duikt. En toch stappen ze een dag later weer met positieve, vrolijke of hernieuwde blik in de auto of op de fiets.

De Britse denker Roman Krznaric beschrijft dat mensen in ingrijpende tijden of na een ingrijpende levens veranderende gebeurtenis, – denk aan ziekte, hartaanval, ontslag of liefdesverdriet – uiteenvallen in drie groepen. Ongeveer een derde wordt depressief, een derde probeert alles zo vlot mogelijk te normaliseren en weer een derde komt vrolijker en wijzer uit de crisis.

Ik heb de natuurlijke neiging ergens te schipperen tussen piekeren over de betekenisloze willekeur van het universum en relativeren van gebeurtenissen tot niets meer dan een leegloper waarmee je echt nog wel thuiskomt. Wanneer we ons, als kettingsmeer op de rechter kuit, laten glijden door de krochten van stalen frames en wielerhistorie, is er een man die in iedere hoedanigheid zijn mannetje heeft weten te staan. Die als mens, renner en later ploegleider de rust en positiviteit zelve is gebleven en ogenschijnlijk goed lijkt te zijn geweest in het maken van keuzes. De naam? Binda. Alfredo Binda.

Geboren nabij het prachtige meer van Varese met 13 broertjes en zusjes hield Alfredo van fietsen en het spelen van trompet bij de gemeentelijke harmonie. Iets wat hem rust, ritme en regelmaat bracht. Het gezin is echter arm en op goed geluk emigreert Binda naar Nice om onderdak te vinden bij zijn neven. Hier ontdekt de jonge Binda zijn balans tussen werken, naar school voor lessen industrieel tekenen, en drie dagen per week op de fiets.

Een balans die hem in 1923 en 1924 gelijk winst oplevert in de koers van Marseille – Nice. Binda is onder wielerfans vooral bekend van de saaiste Giro d’Italia ooit. In 1927 voerde hij vanaf dag een het eindklassement aan en won twaalf van de vijftien etappes. De nummers twee en drie in het eindklassement stonden op meer dan een half uur. Toen hij in 1930 weer mee wilde doen werd hem gesmeekt door de wedstrijdleiding om alsje-alsje-alsjeblieft niet mee te doen, omdat het dan niet meer leuk zou zijn. Hij kreeg ter compensatie de grootste premie die ooit is uitgereikt: 22.500 Lire, wat toen overeenkwam met het prijzengeld voor de eindzege en minimaal 5 ritzeges. En dat, om niet te fietsen.

Uiteindelijk zou hij 5 keer de Giro winnen met 41 etappeoverwinningen (alleen Mario Cipollini heeft er eentje meer), 4 keer Lombardije, 3 keer wereldkampioen worden, 2 keer Milaan-San Remo pakken en nog veel meer.

En hoe is Alfredo Binda hier zelf onder? De rust zelve. Binda is vooral te herkennen aan zijn silhouet, dat nergens mee te vergelijken is. Misschien dat een kruising tussen gentleman Roger Federer, ijskoning Erling Braut-Haaland en Paolo Conte nog het dichts bijkomt. Een man die zo ongelofelijk soepel om stenen, keien en struiken wist te zeilen dat het net leek of hij op een ander parcours reed. Een verpletterende superioriteit zowel bij het sprinten als op beklimmingen, en dat alles met een ontspannen gezicht. Hij kon zijn ballen wassen met ijswater of zijn haren kammen met een versleten cassette en nog altijd een vriendelijke ‘het komt wel goed’ lach op zijn gezicht toveren. Na heel wat etappes wist hij vol intensiteit de plaatselijke rondemiss te kussen. Op het podium welteverstaan. Geen andere renner die daar ooit mee weg is gekomen.

In 1936 lijkt aan het sprookje van Alfredo Binda een einde te komen als hij tijdens Milaan – San Remo valt, zijn dijbeen breekt, en wordt gedwongen een punt achter zijn carrière te zetten. Een abrupte tegenslag die in die tijd menig renner de waanzin of dood in heeft gedreven, en nog altijd voorkomt in het peloton.

Binda ziet deze levensverandering gebeurtenis echter niet als een dieptepunt, maar als een mooi moment voor twijfel. Twijfelen om daarmee de waarheid te eerbiedigen en tot introspectie te komen. Zonder twijfelen is het immers niet nodig je mening of leven te herzien, en dat is precies wat er op dat moment moest gebeuren om bij de positieve een derde te kunnen vallen. Zijn wijsheid en zelfkennis maken hem al snel tot een begenadigd ploegleider. Hij weet Gino Bartali, Fausto Coppi (2 keer) en Gastone Nencini naar een Tourzege te begeleiden en, voor zover ik kan achterhalen, is hij de eerste ploegleider in het wielrennen die twee rivalen, Bartali en Coppi, tot een akkoord en daarmee succesvolle samenwerking weet te krijgen.

In welke vorm Alfredo Binda ook aan de koers verbonden was en hoe hectisch deze ook is geweest, hij heeft altijd de vriendschap met zichzelf weten te behouden en openlijk gedurfd hierover te twijfelen. Dus welke berekening, keuze of afweging in de (levens)koers er ook in het verschiet ligt; twijfel wel.

Geschreven door WattCycling trainer Boyd ‘El Tractor’ Welsink
Ook een onverwoestbare tractor kan wel eens sputteren

Recent Posts