Complexiteit als Schoonheid

 In WattCycling column

Terwijl ik deze column probeer terug te brengen van een kantje of zeventien naar een wat schappelijker formaat dringt nog maar eens tot mij door dat ik me dit weekend wederom niet kan verlustigen op de bank aan stoempende vedetten, elegante gesoigneerde hardrijders, geblokte flandriens en vol snot geparkeerde gelosten halverwege de Eyserbosweg. Om maar niet te spreken over het gemis aan Michel Wuyts en Jose de Cauwer, wiens stemmen (bijna) meer teweegbrengen dan een glimlach van Ceylin Alvarado.

Er zit weinig anders op dan, met zwier of met verzet, deze reeks van continue veranderingen te ondergaan. En om met verandering om te kunnen gaan en om zelf te kunnen veranderen is niet zozeer inspanning nodig, maar vooral een groot vermogen om los te laten. Maar wat valt er los te laten aan iets wat zo ongrijpbaar is als de koers?

Een complexe vraag die gelijktijdig zorgt voor de nodige verheldering. Complexiteit maakt dingen namelijk soms duidelijker. We hebben de neiging om complex, ingewikkeld en moeilijk nog wel eens door elkaar te halen, waardoor je eenvoudig afdwaalt en van het parcours raakt. Maar complexiteit is in veel gevallen de eerste omwenteling naar inzichten. Laat me een voorbeeld geven.

Je bevindt je in een fraai en heuvelachtig landschap opgefleurd met massa’s publiek. Sterker nog, je staat in het epicentrum van het Limburgse wielercarnaval: op de Cauberg tijdens de Amstel Gold Race! Je tuurt langs de dranghekken naar beneden in de hoop een glimp op te vangen van de eerste renners die naar boven zullen schieten. Je ziet in de verte een donker hoopje op je afkomen en twijfelt of dit een koerswagen of de kopgroep is. Een paar seconden later zie je dat het inderdaad wielrenners zijn die naar boven kletsen. Nog even later zie je dat ze staan op de pedalen en herken je de verschillende kleurtinten van de verschillende shirts. Weer een paar seconden later zie je dat het Greg van Avermaet met zijn gouden helm is die het tempo aanvoert, kort gevolgd door een Philippe Gilbert en een roze geklede Bettiol op zijn aangepaste Cannondale…

Het beeld wat je voorgeschoteld krijgt is steeds complexer geworden. Het aantal geuren, kleuren en inschattingen raast met ongeveer 35 km/h op je af. En juist die toename in complexiteit zorgt ervoor dat je snapt hoe de zaken ervoor staan, dat je de spanning door je lichaam voelt gieren en dat je weet welke naam je moet roepen in de hoop dat het je favoriete renner vleugels geeft.

En precies dat, dat onvoorspelbare steeds complexer wordend stukje ronddraaiend genot, is wat de koers een ondoorgrondelijke schoonheid geeft die we zelden ergens anders waarnemen. De Griekse mythologie staat er vol mee, en goede muziek kan het ook wel eens bewerkstelligen, maar in veel andere gevallen is het unieke stukje schoonheid weg bezuinigd, beargumenteerd of heeft het de laatste Agile Sprint niet overleefd.

Het is doorgaans midden in de winter dat je eindelijk beseft dat er een onoverwinnelijke zomer in je huist. En het is nu in tijden van koersloosheid dat ik me extra besef welke pracht hierachter schuilgaat.

Zodra feesten en partijen weer zijn toegestaan weet ik exact waar ik mensen mee lastig ga vallen…

Met het legendarische interview van Mart Smeets met Gerrie Knetemann direct na zijn emotionele zege in de AGR van 1985, met het afsnijden van Hennie Kuiper door een steegje in 1982 tussen de Cauberg en Geulhemmerbergweg waarna de Gemeente Valkenburg Hennie ‘beloonde’ voor zijn parcourskennis en de steeg Hennie Kuiper-Allee heeft genoemd.

Of misschien wel met miraculeuze winst van wispelturige tovenaar Bernard Hinault in 1981 waardoor vechtersbaasje Jan Raas niet 5x op rij de AGR won. Of over de pech van ‘ketelbinkie’ Mathieu Cordang die in 1897 bij het opdraaien van de wielerbaan in Roubaix naar de grond werd gekwakt door een fanatieke Franse supporter waardoor lokale held Maurice Garin (verwekt op de baan, geboren 250 meter verderop) de klassieker kon winnen.

Of dat ‘ijzeren’ Briek Schotte zowel de jongste als de oudste deelnemer van de Ronde van Vlaanderen is.

En naast koersen ga ik iedere kans aangrijpen om te vertellen dat het correctie aantal fietsen om te bezitten n+1 is, met een minimum van 3. Of anders s-1, waar s staat voor het aantal fietsen in de slaapkamer dat zou resulteren in een relatiebreuk.

En als dan iemand nog zou durven zeggen dat “koersen maar een onbelangrijk spelletje op de fiets is” quote ik Sean Kelly. Die na de Amstel Gold Race van ’84 geïnterviewd werd en in de verte zijn vrouw tegen zijn Citroen AX ziet leunen, waarop hij per direct het interview onderbreekt en zijn vrouw toeroept op te passen voor de lak, waarop zij mokkend terugroept: “Pfff, in jouw leven is het de auto op één, dan de fiets, en dan ik pas!”. Instinctief verbetert Sean haar direct, “Je hebt de volgorde verkeerd, de fiets komt eerst.”.

Hoe complex en ongrijpbaar de koers ook kan zijn, het maakt haar tot de schoonheid die ze is. Het is een tijdelijk loslaten en het houvast even verliezen, om de koers later nog steviger te kunnen omarmen. Ik twijfel er dan ook niet aan dat de koers deze tijd zal overleven.

Om af te sluiten met de woorden van Jean-Jacques Rousseau: “Niet hij die de meeste jaren telt leeft het meest, maar hij die het leven het meest geproefd heeft”. Laten we niet vergeten te leven en de koers op afstand te blijven proeven. Om te beginnen aankomende week bij de WattCycling (Zwift) trainingen.

 

 

Geschreven door WattCycling trainer Boyd ‘El Tractor’ Welsink
Ook een onverwoestbare tractor kan wel eens sputteren

Recent Posts