De ins en outs van een trainingskamp

 In Achtergrondinformatie training, Blog

Wanneer wij als gemiddelde stervelingen door de januari modder aan het baggeren zijn en wekelijks onze omwentelingen op de Wattbike maken, zien we op Strava de meest jaloersmakende foto’s voorbij komen van mooie stranden en de stralende zon. Het is de tijd van het jaar dat de professionele wielerploegen hun definitieve vorm krijgen en de voorbereidingen op het nieuwe wegseizoen aftrappen in verschillende oorden. Maar wat houdt zo een trainingskamp nou eigenlijk in? Waar ga je dan heen? En waarom doen renners dat eigenlijk? Hoog tijd om dit fenomeen eens onder de loep te nemen.

De parameters voor een trainingskamp

Een blik in het wielerwoordenboek leert ons dat; ‘Een trainingskamp is een periode (doorgaans in de winter), die renners samen doorbrengen om aan conditie te werken. Inzonderheid met gezamenlijke wegtrainingen.’

Een vrij magere definitie, want dit zou ook een zondagochtendritje met je maten kunnen betekenen. Een trainingskamp wordt doorgaans op plekken doorgebracht die aan verschillende parameters voldoen. Laten we even bijschakelen en hier iets dieper op in gaan.

Allereerst, goede koffie. Of het nu de Broomwagen van Robert Gesink, de koffie van Laurens ten Dam of het algemeen bekende wielerbakkie van Il Magistrale is. Zeker in deze fase van het seizoen, waarin kennismaking met nieuwe ploeggenoten en nul-testen de boventoon voeren, is het verbindende gemalen zwarte goud van groot belang. Dat ene bakje en schouderklopje met de superknecht in januari, kan zomaar het verschil maken bij het benodigde en beslissende knechtenwerk later in het seizoen.

Ten tweede, een zacht zonnetje. Want was is er nu lekkerder dan kilometers maken in korte mouwtjes en de armen en benen te warmen aan de zon in plaats van de kachel. De positieve vitamine D effecten op de botbroosheid, conditie en moraal moeten niet onderschat worden.

Ten derde, verkeersluwte. Of het nu twee-aan-twee met de handjes op het stuur bijkletsen is, of het submax intervallen heuvel op zijn. Wat ruimte op de wegen voor de renners en ploegwagen pedaleert een stuk aangenamer. Zo afgebakend als bij WattCycling zal je het nooit krijgen door stoplichten, drempels, matig wegdek of overstekende honden, maar dat optimum benaderen is fijn om daarmee heel gericht blokken af te kunnen werken.

Last but not least, zowel berg-, heuvelachtige omgeving als vlakke meters. Deze fase van het jaar gaan voltallige ploegen richting velotastische oorden. Zowel de sprinters, tijdrijders, als klassementsmannen krijgen hun nieuwe kleding en gaan daarin hun meters maken. Zo moet er qua terrein dus ook voor ieder wat wils zijn. Later in het jaar gaan renners specifiekere ‘stages’ afleggen, afhankelijk van hun koersplanning, maar nu is het vooral kilometers maken en aan de grote motor werken, en nog niet te veel cartouche verschieten.

Deze blog gaat verder onder de afbeelding.

Foto 1: Hotel Bélvèdere, gelegen in een haarspeldbocht van de Furka pass, aan de voet van de Rhone gletsjer is waarschijnlijk het meest gefotografeerde hotel door fietsers. Zowel James Bond als de Paus wist deze plek te vinden, maar ook vele wielrenners zagen hier een mooie uitvalsbasis. Helaas is dit hotel sinds 2016 gesloten, maar er zijn geruchten dat de Band of Climbers organisatie hier nieuw leven in wil blazen.

Waarom een trainingskamp?

De bovengenoemde opsomming maakt de vereisten waaraan een trainingskamp moet voldoen vrij helder, maar waarom werkt het zo veel beter dan thuis rondjes rijden. Rik van Looy en de Japanse Keirin, geven hier wat antwoorden op.

Rik van Looy, wie kent hem niet. Met zijn 493 overwinningen (waarvan 379 op de weg) zou de Keizer van Herentals de grootste Belgische wielrenner ooit zijn als Eddy Merckx nooit was geboren. Een samenloop van omstandigheden die ook schaatser Jan Blokhuijsen niet onbekend is. Rik van Looy heeft als meervoudig wereldkampioen, 10-voudig Zesdaagse winnaar samen met Peter Post en sprint fenomeen (Groene trui in Tour van 1963, tussen Rudi ‘de apotheker’ Altig en Jan Janssen in) een palmares waar je de bijbel mee kunt vullen.

Zoals Mario Cippolini bekend staat als de grondlegger van de sprinttrein, was het de Rode Brigade van Rik van Looy’s Faema-ploeg die als basisbeginsel van de trainingskampen wordt genoemd. Renners werden aangetrokken op hun specifieke kunde om in dienst te kunnen rijden en volledig door het vuur en zuur te kunnen gaan voor hun kopman. Deze bedacht de tactiek, bepaalde wie hoeveel verdienden en waar er gekoerst werd. Om deze saamhorigheid te perfectioneren trokken zij meerdere malen per jaar richting het Garda meer in Italië om daar in afzondering als een met kettingsmeer geoliede machine deze tactiek en broederschap te verfijnen. Als een soort van Pretoriaanse wachters bracht van Looy’s creatie het feodale ploegensysteem naar een hoger plan. De toewijding, mede tot stand gekomen op en door trainingskampen, heeft van Looy uiteindelijk geen windeieren gelegd en de basis gevormd voor het moderne ploegenwerk.

Deze blog gaat verder onder de afbeelding.

Foto 2: Waar Rik van Looy naar Italië trok, zijn tegenwoordig plekken als Tenerife, Mallorca, Lanzarote, en Calpe erg in trek voor een trainingskamp. Steeds meer renners vestigen zich ook definitief op dit soort plekken voor een wielerlevenslang trainingskamp. Girona (zie foto) is bijvoorbeeld een uitvalsbasis voor meer dan 40 profrenners, waaronder Rohan Dennis, Robert Gesink en James Knox. Grote kans dat je er bij The Service Course of La Fabrica eentje tegenkomt voor een koffie.

Verder ligt in de Japanse Keirin ook een nut van trainingskampen verscholen. Het is niet alleen voor de oefening dat renners als Theo Bos en Matthijs Büchli jaarlijks enkele weken tot maanden in Japan vertoeven op fameuze Keirin scholen. Waar de Keirin één van de vier gokmogelijkheden is in Japan, en daarmee een miljarden industrie, gaat deze gepaard gaat met een soort monniken bestaan in quarantaine. Bij aankomst leveren renners hun telefoon en laptop in. Contact met de buitenwereld is verboden om matchfixing te voorkomen. Laurine van Riessen ondervond afgelopen jaar dat zelfs een e-reader zonder wifi niet geduld werd. Wat blijft er dan over? Verveling en focus. Eten, rusten, op tijd naar bed, en tussendoor alleen maar trainen, praten dan wel visualiseren over techniek en strategie. Een onderdompeling die zelfs hoog sensitieve ADHD’ers de nodige rust, reinheid en regelmaat kan verschaffen. En daar zit hem de grote winst die trainingskampen ook weten te bieden; geen afleiding. Een net ander leefpatroon, waarbij alle aandacht, energie en volledige focus gaat naar waar het om moet draaien; fietsen en ontspanning.

Om ons even in een profbestaan te wanen en van eenzelfde effectieve vrucht te kunnen plukken gaan we bij WattCycling komende week op trainingskamp naar Mallorca tijdens de WattCycling trainingen!

Hoe bereid ik me voor op een trainingskamp (bij WattCycling)?

 Vele renners trekken er in het begin van het jaar op uit om de eerste fietsmeters in zonovergoten oorden te maken. De thuisblijvers draaien doorgaans alsnog warm wanneer de eerste voorjaarsklassiekers verreden zijn. Dan begint het bloed bij de resterende onbetaalde liefhebbers harder te stromen en wordt er alsnog een trainingskamp belegd. Voor velen van ons is het dan ook dé periode om de basis te leggen voor een goed seizoen. Maar waar let je, naast eerdergenoemde punten, op bij het beleggen van een trainingskamp?

  • De Tour win je in je bed zingt niet voor niets al jaren rond in het peloton. Het is verleidelijk om bij aankomst op een prachtige bestemming je direct uit te sloven en het maximale uit de gelegenheid te trekken, maar gebruik de eerste dag vooral om te acclimatiseren. Laat het lichaam wennen aan de omgeving, temperatuur, hoogte, etc. Zorg daarnaast gedurende de week voor voldoende slaap en rust.
  • Luister naar je lichaam! Waar profrenners het hele jaar +- 25 uur in de week op de fiets zitten, ligt voor ons de grens doorgaans net daaronder. Het feit dan Annemiek van Vleuten bijna 2000 km rijdt in een goede week, zegt niets over wat gezond is voor ons. Dus spiegel je niet te veel aan de pro’s, of gepensioneerde gesoigneerde Italianen, dus duik niet direct iedere dag 7 á 8 uur in het zadel.
  • Staar je niet blind op hartslag. Velen van ons rijden met een hartslagmeter. Wanneer je op het vlakke gedurende de week hier en daar een ritje pakt geeft deze de nodige inzichten. Op trainingskamp in de bergen, met dagelijks een rit op de planning, zal je merken dat ondanks redelijk herstel je hartslag steeds lager zal blijven door de opgebouwde vermoeidheid in het lichaam. Hiermee kan je het beeld krijgen dat je ruim onder je (hartslag) omslagpunt blijft met rijden, maar je jezelf langzaam aan het slopen bent. Gedurende de week wordt het op zichzelf een steeds minder betrouwbare parameter. Mocht je een fiets kunnen huren met wattagemeter, doe dat dan vooral.
  • Bereid je voor! Waar nieuwe plekken ontdekken en op de bonnefooi rondbanjeren potentieel avontuur oplevert, vraagt een goed trainingskamp om een zorgvuldige voorbereiding. Het verblijf, locatie en verzorging zijn één, maar verschillende routes, afstanden en intensiteiten maakt twee. Routes uitstippelen, in devices laden en wegen verkennen via Google Maps om zeker te weten dat ze begaanbaar zijn op de racefiest kan ten koste gaan van kostbare trainings- of hersteltijd.

Succes!