De juiste blik

 In WattCycling column

Acht jaar geleden was de Mirador de Ézaro het toneel van een enerverend gevecht tussen Joaquim Rodriquez, El Pistolero en Alejandro Valverde. Robert Gesink viel net buiten het podium maar haalde wel de krant met een prachtige foto. Met een gezicht geplooider dan dat van Clint Eastwood en een blik vol van afzien was dat absoluut een award waard. Een award die dit jaar zeker en vast gewonnen zou zijn door Hugh Carthy. Geen frauduleuze stempraktijk of hertelling die daar een spaak tussen zou krijgen.

Met het spektakelstuk van acht jaar terug nog op het netvlies keek ik uit naar deze tijdrit. Om de minuut een nieuwe renner van het startpodium, iedere keer weer dat helikoptershot van de prachtige omgeving onder de rook van Santiago de Compostela, de soepele en minder soepele fietswissels aan de voet van de klim, en vervolgens smullen van de slotklim van gemiddeld 14,6% met stroken tot 29%.

Wat opviel is dat praktisch iedere renner zijn bril of vizier van de tijdrithelm afgooide zodra de klim begon. Afhankelijk van het merk en de magneet waarmee het vizier vast zit, een worp van tussen de 45,- en 240,- euro. Hier en daar stopte een achtervolgende auto om de gewichtsbesparing van enkele grammen nog uit de berm te rapen, maar ik gok dat er wat fans met een lakense bril op erg blij zijn geworden.

Dit afwerpen van de oogbedekking gaf de kijker thuis de mogelijkheid eens diep in de ogen van de renners te turen. Een prachtige inkijk in wat een gevecht tegen jezelf en de klok met je doet. En dat na al twee weken afzien door Spanje. Traanbuisjes gevuld met Isostar werden afgewisseld met bloeddoorlopen diepe blikken vol melkzuur. Het aanzien van afzien werd keer op keer prachtig in beeld gebracht door de regie. Al liggend en aanschouwend op de bank voelde ik mijn eigen benen zo nu en dan vollopen.

Tegen vieren kwam Primoz Roglic als één na laatste van het startpodium. Steevast zonder bril of vizier fietsend ging hij op jacht naar het heroveren van de rode trui. Al glooiend en draaiend over het parcours schakelde ik heen en weer tussen de Spaanse, Nederlandse en Vlaamse regie om de verschillende commentaren tot me te nemen. In het Spaans spraken ze over una maquina, een machine. En dat is volgens mij nou precies wat Roglic niet is.

Het nadeel van een machine is namelijk dat het zich niet in kan houden. Een machine is als een fietser in de afdaling zonder remmen, die blijft maar gaan en gaan en mist het vermogen om te aarzelen of remmen. Een machine kent geen onderbreking. De COVID-19 tijd waarin we leven heeft soms wat weg van een monotone machinale tijd. Een tijd met weinig onderbrekingen, tussenruimtes of tussentijd. Het drijft ons op een spits waarin de activiteit ieder moment kan omslaan in hyperpassiviteit waarin we zonder enig verzet achter iedere prikkel of impuls gaan aanfietsen die nog wel mogelijk is.

De blik van Roglic onder de rand van zijn helm verraadde iets anders. Wie op zijn tablet, 4k Ultra HD TV of laptop de pixels in duikt ziet naast de weerkaatsing van de Sloveense Mangart en Vrsic juist een hele menselijke blik. Rustiger. Een blik van verwondering.

Verwondering heeft te maken met even stilstaan, kijken en een oordeel of beslissing uitstellen. Dus geen passiviteit of stilstand, maar het tijdelijk opschorten van de activiteit. Eigenlijk het tegenovergestelde van haast. Want wie haast heeft wil tijd inhalen, de toekomst voorbijsnellen. Iets wat in eerste instantie wenselijk lijkt in een tijdrit tegen de klok. En wanneer je de toekomst inhaalt zou je ‘tijd hebben’ gewonnen. Maar als je de toekomst al in zou kunnen halen, zou je het nog steeds niet kunnen hebben, en is het direct alweer in het verleden. Dus haast is misschien toch niet helemaal de juiste drijfveer in een tijdrit.

Het problematische van haast is daarnaast ook het gegeven dat je in alle haast doorgaans maar één doel of één weg ziet. Haast maakt daarmee gemakkelijk blind. Als woede. Nu heeft woede meer dan eens een pre-workout effect gehad, maar na een snelle kick en rush komt al gauw de dip. Met al het moois onderweg en het venijn in de staart wil je dat toch het liefst vermijden. Kortom, naast een soevereine houding was die verwonderende verkennende blik van Roglic zo gek nog niet.

De zelfsturende blik van Roglic wist zich te verzetten tegen opdringerige oprukkende irrelevante prikkels van buitenaf. En juist die weerstand, maakte zijn blik zodanig actiever naar hetgeen wat er wel toe deed. Zonder een klein beetje weerstand blijven we trappen, hollen en handelen tot alles verknipt, versnipperd en afgereageerd is. De enorme versnelling waarin af en toe geleefd wordt schaft elke vorm van aarzeling en onderbreking af. Roglic wist beter, en zag dingen die de gehaaste rollende concurrenten in hun activiteit niet zagen.

Heen en weer schakelen. Continue vooruitkijkend en inspelend op zijn blikveld. Als een schipper op zee die aan de golven en reflecties op het water de wind ziet aankomen was Roglic volledig één met de omgeving. Zijn omgeving. Herfstblaadjes, strepen op de weg, bochtjes. Niets relevants is hem ontgaan. En dat leverde hem een bijzondere statistiek op. Roglic hield gedurende de tijdrit zijn benen langer stil dan al zijn concurrenten, maar wist op de streep toch tijd en de leiderstrui te winnen. En dat, door zich niet continue te haasten.

Juist de overspannen inspanning om de prestatie te maximaliseren remt het versnellingsproces af. Presteren is een intervallige kunst waarbij je continue aanpassingen maakt aan en met de omgeving.

Zelfs iets ritmisch evenredigs als tijd kan gevoelsmatig bestaan uit lange en korte afwisselingen.

Een gevalletje (don’t) try this at home, maar 3 minuten koud douchen voelt langer dan 3 minuten over je hoofd gekriebeld te worden.

Een perfect interval heeft de juiste verhouding tussen aanzet en rust. Een verhouding waarin je via het afzien naar rust verlangt en via de rust naar het afzien. Alsof bij het bijtanken van je auto zowel de literstand als het geldbedrag op een mooi rond getal uitkomen. En wanneer je besluit er nog een scheutje bij te gooien dit wederom het geval is. Het is een samenspel dat je pas ziet als je het door hebt. En dát… kan alleen met de juiste blik.

Komende week gaan we verschillende intervallen rijden bij WattCycling. Een afgewogen combinatie tussen relatieve rust en flink aanzetten om aan het eind van de rit meer vooruitgang te boeken dan wanneer we alleen als een machinale steady state zouden rijden. Zet je vizier op scherp, het blik niet op oneindig, en laat zien wat je in huis hebt.

Geschreven door WattCycling trainer Boyd ‘El Tractor’ Welsink
Ook een onverwoestbare tractor kan wel eens sputteren

Recent Posts