De steeds jongere oudere

 In WattCycling column

Wat is als wielrenner de juiste manier om tegen het oud worden aan te kijken? Wat zijn mijn piekjaren? Zijn de gele en bruine blaadjes op de weg het teken dat ik in de herfst van mijn carrière zit? Deze, en nog vele andere vragen, kwamen als belletjes van een lekke binnenband in een emmer water bovendrijven na de laatste Giro etappe. De winnaars van de Giro d’Italia en Tour de France, Hart en Pogacar, zijn bij elkaar ongeveer net zo oud als held Alejandro Valverde. Jay Hindley die op luttele seconden tweede werd in de Giro, legt het in levensjaren af tegen het aantal profkoers jaren van Davide Rebellin. En aftredend Lotto-Soudal renner en toekomst triatleet Adam Hansen startte met de Giro zijn 30e (!) grote ronde en moest zich in het snot rijden om de 22-jarige João Almeida bij zijn eerste deelname aan een grote ronde uit het roze te rijden.

Na 3579,8km door rood en oranje gekleurde gebieden, niet alleen door de herfstbladeren, is het verschil tussen roze in de handen en lege handen uiteindelijk 39 seconden. Zelden tot nooit is zo een klein tijdverschil zo bepalend geweest na zoveel kilometers. Dat tijd en de definitie die we daaraan geven belangrijk is blijkt wel wanneer je een bankoverval overweegt. Wanneer je dit gedurende openingstijden van een bank doet en teruggehaald wordt door politie motards kan je rekenen op een fikse straf wegens een bankoverval. Wanneer je dit net een paar seconden buiten openingstijden poogt is er sprake van een inbraak, en valt de vermoedelijke straf aanzienlijk lager uit. Je Giel Beliaans verslapen hoeft dus niet altijd een slechte zaak te zijn. Dus als de definitie van tijd al zo bepalend kan zijn, hoe zit het dan met leeftijd en ouderdom?

Het begint eigenlijk al bij het woord. Het samenvoegen van ouder en dom heeft een al wat negatieve connotatie, waardoor ouderdom als snel een probleem lijkt te zijn. De negentiende-eeuwse definitie van ouderdom gaat uit van de leeftijd waarop men georganiseerd stopt met werken. Dit terwijl in de huidige 21e eeuw werknemers van 40 à 45 jaar oud al tot de ‘oudere’ werknemers behoren, waarbij verdere scholing of verandering van taken gezien het te verwachten rendement in productieve jaren, al problematisch geacht worden. De bureaucratische aard van het begrip zet dus al snel de leeftijd van de betrokkene centraler dan de relevante capaciteiten. Kan het ook anders?

Het Champions League duel tussen ‘de Oude Dame’ Juventus en Ronald Koeman’s F.C. Barcelona gaf dit mooi aan. Het centrale verdedigingsduo van Juventus, met opperslachter Bonucci als aanvoerder, heeft samen de speelgerechtigde leeftijd om met pensioen te gaan. In Italië duurt je opleiding tot verdediger ongeveer tot je 30e, en dan begint je carrière pas. De vinnigheid en geslepenheid als de Haai van Messina komt pas na jaren van co-schappen in de Serie C en Serie B tot wasdom. En aan de andere kant van het veld werd G.O.A.T Lionel Messi geflankeerd door twee 17-jarige virtuozen. Ansu Fati en Pedri speelden weergaloos alsof ze nog nooit van schroom hadden gehoord, terwijl hun leeftijden samen opgeteld nog een volle 10 jaar achterblijft op die van de Juventus keeper Gianluigi Buffon.

Wat is dan de juiste manier om tegen het oud worden aan te kijken?

Ik weet het niet, maar ik weet wel dat leeftijd als centrale parameter een hele matige is. Robert Gesink is na een net niet geslaagde carrière als kopman, hier en daar al afgeschreven, bezig aan zijn beste dagen als wielrenner in een andere rol. INEOS-tijdrijder Rohan Dennis is de 30 levensjaren gepasseerd en laat dingen op de Stelvio zien die hij nooit eerder heeft vertoond. De discipline die ze opbrengen in een andere rennersrol is een bewonderingswaardige toevoeging aan hun wielercarrière, maar de discipline, wil en de kunde om een goed mens in een dienende rol te zijn die hier getoond wordt is nog veel indrukwekkender.

Het heeft er alle schijn van dat de jongere renners met hun dynamische en vitale levens zich beter door het COVID-19 voorjaar hebben geworsteld dan de meer ervaren renners. De uitslagen liegen er niet om. Maar de ‘oudere’ renners nu al in de afgeschreven hoek van eindigheid en fragiliteit werpen is een omwenteling te snel.

Tuurlijk spitsen fragiliteit en eindigheid zich toe naarmate het ouder worden. Vraag dat maar Alejandro Valverde na zijn gebroken knieschijf, enkel en heiligbeen blessure. Je herstelt minder makkelijk en denkt mogelijk anders na over de gevolgen. Maar dat maakt oudere renners niet automatisch tot een problematische restcategorie om af te schrijven.

Kwetsbaarheid en eindigheid zijn eigen in iedere fase van de levenskoers. Jong, oud, kopman of waterdrager… als 2020 iets duidelijk maakt is dat er geen garanties zijn omtrent het verloop van ouder worden, positieve noch negatieve. De hachelijkheid van het fragiele bestaan kan zich in ieder afstapje, tegenligger, boom of valpartij manifesteren. Niet dat ik een pessimisme over alle leeftijden wil uitsmeren, maar juist het besef van mogelijk kwaad of eindigheid is mede van belang om te komen tot verantwoordelijk handelen. Het draagt bij tot het volledig ervaren van de unieke waarde van fragiliteit.

Het besef van fragiele eindigheid heeft het vermogen om aan te zetten tot een vollediger leven. Het bepaalt mede hoe en met welke intensiteit we deelnemen aan de levenskoers. Een koers waarin Greg van Avermaet hoogstwaarschijnlijk niet nog eens olympisch kampioen zal worden, maar dat mag de pret niet drukken.

Terwijl er door een langer en gezonder leven meer levenskoers te rijden is dan ooit tevoren, gunnen velen elkaar of zichzelf minder tijd dan ooit. Terwijl iedere dag weer een extra kans is op een ‘grenservaring’ die tot cruciale inzichten kan leiden. Een kans om schone schijn van werkelijk belang te kunnen onderscheiden. Richting een antwoord op de vraag wat ouder worden in de (levens)koers eigenlijk inhoudt sluit ik me dan ook graag aan bij de woorden van Jan Baars:

Ouder worden kan in een perspectief gebracht worden als mogelijkheid van een toenemend besef van de waarde en waardigheid van het kwetsbare en voorbijgaande menselijke leven, juist in zijn alledaagse en schijnbaar doodgewone momenten. Een groeiend besef van de breekbare bijzonderheid van al datgene waaraan we hangen. Zo bezien hoort het ouder worden in het centrum van de samenle­ving te staan, in plaats van arbitrair en voortijdig uitgedreven te worden.

Ouder worden is dus een fragiliteit van het menselijke leven die veel vager, langduriger en vloeiender is dan ergens een leeftijd aan hangen en iemand daarop afschrijven. Ouder worden hoort bij iedere renner en is van alle leeftijden. De kunst blijft voor iedereen om de levenskoers niet te verknoeien, verspillen of reduceren tot een vervlakt automatisme. De potentiële vreemdheid en spontaniteit geeft de levenskoers kleur. En daar kan geen jeugdigheid of ouderdom iets aan veranderen.

De ideale tijd om te gaan fietsen is dan ook nu. En het juiste moment om fietsen of fietsers af te schrijven is nooit.

Komende week staan er krachttrainingen op het programma bij WattCycling. Zo jong als Pogacar of zo oud als Joop Zoetemelk, in de Lente of Herfst van je carrière, kopvrouw of waterdrager… het maakt voor de levenskoers niet uit. De kracht van wielrennen is er een van en voor iedereen.

Geschreven door WattCycling trainer Boyd ‘El Tractor’ Welsink
Ook een onverwoestbare tractor kan wel eens sputteren

Recent Posts