Een donkerbruin vermoeden

 In WattCycling column

Kan je verliefd worden op iets wat voelt als in je gezicht geslagen worden? Ik heb het me wel eens afgevraagd na een avondje brass muziek met een stevige beat eronder. Net als dat ik een periode heb betwijfeld of ik wel echt kon lezen of gewoon heel veel woorden had onthouden. Er zullen renners in het peloton rijden die zich af en toe afvragen waarom ze ook alweer zó van fietsen houden wanneer Tadej Pogacar of Mathieu van der Poel voor de zoveelste keer een etappekoers binnensleept. Het lijkt een kwestie van tijd voordat Pogi ook de Sloveense prijs voor de literatuur wint met zijn interviews en Mathieu de beste mueslireep taart uit de oven haalt in Heel Holland Bakt. Zullen er renners zijn die niet eens meer proberen te ontsnappen, omdat ze denken dat het toch niet meer uit maakt? De vraag is al lang niet meer of vluchters worden bijgehaald door een van deze mastodonten, maar wanneer. Je zou er af en toe gewoon even van willen wegsturen.  Een zijweg in fietsen om daar zonder druk weer krachten en moraal op te doen. Maar waar fiets je dan heen? Ik heb wel een idee…Lees verder!

Wie ooit op een zomerse dag vanuit Schin op Geul de Keutenberg op is gefietst en onverhoopt de binnenbocht heeft gepakt kent het gevoel. Het is gevoelsmatig een combinatie van uit een auto stappen waarin binnen de airco op 18 graden stond, maar het buiten 32 graden is, en dat bij het uitstappen de deur van de auto in je gezicht klapt.  Ik heb het natuurlijk over het gevoel bij stijgingspercentages boven de 20%. Zeker wanneer je er niet op berekend bent en nog verkeerd geschakeld staat. De Mur de Sormano (met bepakking) is er ook zo eentje waar de kracht echt uit je tenen moet komen om hem te bestieren en de cijfers van wattages, hellingsgraad en snelheid beginnen te duizelen. Nu bivakkeren de meeste van ons maar een beperkt gedeelte van het jaar in het zuiden van het land of nabij het Como meer in Italië, dus waar kunnen we (naast op de Wattbike) in de dreun van afwezigheid ons herladen en krachten opdoen voor dit soort praktijken? Ik heb een donkerbruin vermoeden…

Soms heb je van de fietsritjes dat het anders gaat dan je misschien van tevoren had gedacht of gehoopt, maar dat je zo veel plezier hebt dat het je geen seconde ook maar iets kan schelen. Zo reed ik met een leegloper, lege di2 en lege Garmin, in de miezer, na flink wat omleidingen fluitend Amsterdam Zuid-Oost binnen van de week toen ik tegenover de bouwmarkt een frietkot zag staan. ’t Bouwfrietje prijkt in zwarte letters boven op de mobiele snackbar en ik kreeg er prompt Ed Kroket vibes van die ik stiekem wel eens in Breukelen op doe. Na een werkelijk magisch krokant goudbruin gekleurde patat pinda/mayo met verfijnde uitjes te hebben verorberd vertelde de man achter het frituur in vloeiend Jordanees waarom de wereld naar de klote ging en we maar beter konden blijven drinken. Misschien niet de meest duurzame oplossing, maar de plooi was wel gelegd. Nog geen twee uur later zat ik bij de haard in mijn favoriete bruincafé.

Een plek waar de tijd niet stil staat, maar niemand met tijd, gemiddelde snelheden, nut of doelen bezig lijkt te zijn. Geen klap van stijgingspercentages die je moet beklimmen, maar een lekkere dreun van de afwezigheid van dingen. Een plek waar de gelegenheid bestaat het dagelijkse bestaan even in een sluimerstand te parkeren. Niet op enkel of dubbel slot aan de ketting, maar gewoon op een afstandje aanschouwen hoe de gebruikelijkheid wijkt voor een ongecompliceerde vorm van samen zijn. Een letterlijke ‘onder de rook van’ die de hectiek van de stad en leven even doet verdwijnen.

Net zoals de fiets is het café een plek waar soms serieuze diepgravende gesprekken gevoerd worden, maar ook simpelweg een boekje gelezen kan worden, voor de haard een potje schaken of voor de zoveelste keer luisteren naar de stamgast die zegt dat als hij coach van Ajax was geweest, dan…

En wat er ook gebeurt, gedaan of gezegd wordt, het heeft weinig tot geen gevolgen of consequenties voor het leven daarbuiten. Je hoort mensen hun hart uitstorten aan de barman, omdat ze weten dat ze de volgende dag niet geconfronteerd worden met de uitspraken. De woorden zijn er vrij van de gevolgen die ze normaliter wel zouden hebben. Of zoals Hans Schnitzler mooi zegt in zijn boek over cafés dat binnenkort in de winkels verschijnt: ‘’Een goede barman is van nature even discreet als een goede stamgast vergeetachtig is’’. Het is een soort rustige vorm van carnaval vieren waar je je thuis kunt voelen en openstellen zonder je gezicht te hoeven verliezen. En dat het hele jaar door.

De gespreksonderwerpen veranderen zo snel naar links en rechts als de stroken in Parijs – Roubaix en dwalen vaker af dan dat Tim Wellens demarreert. Het geeft een vergevingsgezinde sfeer waarin dingen niet al te letterlijk worden genomen en er geen boete van 100 Zwitserse Franc van de UCI op staat als je per ongeluk een slok uit het verkeerde glas neemt.

Waarom is dit nou zo fijn? Als demarrerende, sprintende levenscoureurs die graag opklimmen in het fietsleven, aldaniet gemanaged door de belangen van ploegleiders en sponsoren zijn we een vrij ongeleid projectiel. Hoe graag we dat zelf ook anders willen zien. Ons handelen en spreken kan dan ook zeer gemakkelijk een stoeprand raken, een onbedoelde smak uitdelen of onszelf of een ander lek laten rijden. Die handelingen kunnen een keten aan onvoorziene en onoverzichtelijke gevolgen in gang zetten en zo kan de sterkste man in koers zomaar derde worden in de E3 Saxo Classic. We zijn redelijk onmachtig tegen het effect en de gevolgen van onze eigen en andermans handelingen en dat maakt ons nagenoeg handelingsonbekwaam. We doen allemaal maar wat, of we nu willen of niet, en we zullen het daarmee moeten doen. Hoe goed je ook nadenkt, planningen maakt, controleert of zorgvuldig denkt te zijn… we zijn als een achterwiel bij staand klimmen tegen een percentage van 22%; nagenoeg grip loos.

En het vermogen om te vergeven of vertoeven in een omgeving waar men je niet snel op je woorden of op keuzes van het moment vastpint, doorbreekt de vaste grip loze toestand en laat je even krachtig en hoopvol voelen. Al is het maar voor even. Het maakt je ontvankelijk voor de troostrijke gedachte dat er altijd een nieuw begin mogelijk is. Een vergevingsgezinde plek waar de onomkeerbaarheid van je handelen opeens net zo soepel is als de Vittoria latex binnenbanden van Jasper Philipsen. Hoe meer gesprekken vloeien en glazen gevuld worden hoe meer de tijd begint te smelten en de gedachtes aan verplichtingen met betrekking tot sport, werk, gezin of relatie wegvloeien in de spoelbak van de barman. Geen spreadsheet of doelmatig denken komt er aan te pas als je vertelt dat je nog wel eens de Tour de France zou willen rijden. Als je op één been net zo hoog als de kruk kan springen zonder je bier te morsen heb je de halve kroeg al binnen als gewaardeerd lid van de supportersvereniging ‘’El Tractor goes to France’’. Het nut zit hem in het samenkomen en dromen zelf.

Wanneer ‘de laatste Ronde’ klinkt weet je dat het niet over de heilige week in het wielrennen gaat, maar dat het volle gewicht met een omvang van meerdere Alexander Kristoff’s zich binnen een klein uurtje weer van zijn alledaagse doen laat zien. Omwenteling na omwenteling komen de vaste zaken als de wegsijpelende gevoelens voor een vakantieliefde, alleen dan andersom, stukje bij beetje weer opzetten. Maar er is wel degelijk iets veranderd. Bij het tijdelijk ontbreken van de doelmatige hoge levenscadans zijn bepaalde krachten weer aangewakkerd. Na wat woorden van ervaring geef je die liefde zeker nog niet op. En je gaat die klus aanpakken. En morgen… morgen ga je weer fietsen en gewoon demarreren. Zo straf dat er geen Pogi, Poel of Pithy je bij kan houden de Keutenberg op. Op het buitenblad en nogal altijd fluitend rijg ik wat pr’s aaneen op de weg naar huis. Waar die krachten vandaan komen? Ik heb een donkerbruin vermoeden…

Geschreven door WattCycling trainer Boyd ‘El Tractor’ Welsink

Ook een onverwoestbare tractor kan wel eens sputteren

Komende week staan alle trainingen in het teken van kracht. We gaan op lage cadans verschillende steile klimmen op. Vermogen = kracht x (omwentelings)snelheid. Bij een lage omwentelingssnelheid zal er dus veel kracht nodig zijn om de vermogens te halen. En naar die krachten gaan we op zoek. De krachten komen veelal los wanneer de klim bestierd wordt en anders heeft ieder zo zijn plekje om weer even op te laden.

Recent Posts