Gesoigneerd Ver – Plassen

 In WattCycling column

Lang heb ik gedacht dat Jari Litmanen en Chuck Norris de enige mannen waren afkomst van een andere planeet. Litmanen spreekt voor zich. En Chuck Norris is de reden waarom Wally zich verstopt. Chuck Norris kan dribbelen met een bowlingbal, is stilstaand sneller dan iedereen die rent en is de reden dat Wally zich verstopt. Niet in het donker, want het donker is bang voor Chuck. Chuck Norris is de man die viool kan spelen met een piano en zijn veters kan strikken met zijn voeten. Maar niets is minder waar. Met het wieler voorjaar officieel geopend lijken er nog 6 mannen te zijn die aanspraak maken op een gouden ticket voor de intergalactische bus van en naar een andere planeet. Bushalte 1: Slovenië. Lees verder!

Op circa 84 kilometer van de meet begon het Strade-peloton afgelopen zaterdag aan de Monte Sante Marie, de langste gravel klim van allemaal. Tadej Pogacar zette aan, reed weg en kwam met 2 (!) minuten voorsprong aan op de top. Vanaf daar volgde een vrij eenzame editie waarin hij ruimschoots de tijd had voor alles en iedereen. High fives, bedankjes, zwaaien, hier en daar wat koffie en Italiaans ijs bestellen om al etende nog wat cipressa’s bij te snoeien langs het parcours. Twee jaar geleden won hij na een solo van 50km, Pidcock deed vorig jaar ongeveer hetzelfde en Mathieu van der Poel reed ooit 70km solo in de Benelux Tour. Maar dit kabinetstukje van Tadej was er een waar zelfs van der Poel op Instagram van aangaf dat hij er ‘een beetje bang’ van werd. Thomas Pidcock zat in het wiel van Pogacar en had niet eens tijd om zichzelf af te vragen of hij van een andere planeet of sterrenstelsel kwam, want toen was hij alweer verdwenen in de verte. Pogacar reed niet tegen andere renners, maar tegen de geschiedenis en wat we dachten dat koers was. En vóór herinneringen die nooit vervagen. Griezelig krachtig zou je het bijna noemen.

Pidcock zelf schoot zijn pijlen niet te vroeg, maar te laat af. Als hij het beter had gespeeld was hij tweede geworden. Waarom hij niet met Pogi meesprong? Deze vraag toverde een lach op het gezicht van de sympathieke Brit. ‘’Ik heb er geen woorden voor’, zegt hij voor de camera. ‘’Het leek wel koers van vroeger, echt hardcore. Toen we 140 kilometer koers hadden gereden was iedereen al dood. En nadat Tadej aanviel, leek het wel alsof we in de grupetto reden. Ik zag overal dode lichamen. Het was non-stop eten en alleen maar denken what the fuck. Het was ieder voor zich, een soort iron man’’. We kunnen stellen dat Tadej Pogacar geen gewone is, en dat merken zijn ploegmaats ook. Aan de ene kant vinden ze het inmiddels normaal, aan de andere kant is hier niets normaals aan. Outsider en ploeggenoot Tim Wellens kwam op ruim zes minuten binnen en had geen radiocontact met de ploegleiding omdat de geruime voorsprong van Tadej voor technische problemen zorgde. Ze kunnen er binnen de UAE-ploeg alleen maar bewondering voor hebben en om lachen.

Waar ik enorm heb genoten vonden velen de koers op deze manier ook saai. We hebben met Pogacar, Van der Poel, Vingegaard, Wout van Aert, Primoz Roglic en Remco Evenepoel momenteel 6 renners van een andere planeet die zelfs op een slechte dag alles aan gort kunnen rijden. De demarrages, solo’s en w/kg’s worden steeds onmenselijker en buitenaertser. De wielersport evolueert zo in een wedstrijdje gesoigneerd ver-plassen tussen deze 6 heren. Maar dit doen ze wel veelal in verschillende koersen! Kan de UCI invoeren dat minstens twee van deze renners aan de start moeten staan? Dus dat Pogi alleen de Strade mag rijden als bijvoorbeeld van der Poel ook meedoet. Of de laatste 50km standaard met één pedaal of op een eenwieler moet worden verreden? Misschien wel net als authentiek fenomeen Lachlan Morton op Birckenstocks met wat bepakking op de fiets. Of moeten we net als Mark Cavendish vooral gewoon heel dankbaar zijn dat we glimpen van het oude en het nieuwe wielrennen mogen aanschouwen, achteroverleunen en gewoon genieten?

Gesterkt door het lentezonnetje blijft vooralsnog vooral de gedachte hangen dat er van alles mogelijk is in welke koers dan ook. De grootste tegenstander ben je altijd zelf. Of je nu Pogacar, Pietje of Papillon heet. De multi-dimensionaliteit en buitenaertse scenario’s bij iets eenvoudigs als wielrennen zorgde persoonlijk voor een heerlijk pastellig dromen pallet met een hoofdletter D. Van Australian sheppard honden uitlaten met Jon Batiste op de piano op Mongoolse vlaktes tot jurkjes, broekpakken en naar Disaronno ruikende brassende trombones in een zonnig Toscane. Van Afrikaanse graveltochten met door Thomas Acda belegde croissantjes in de achterzak tot hiken van de bergen naar de zee en zwemmen in de zonsondergang. Ik heb heerlijk geslapen en werd nog lekkerder wakker. Het wedstrijdje ver-plassen is er een met jezelf, tegen jezelf waarin de concurrentie luistert naar namen als gewenning, spijt, discipline, durf, liefde en goesting. Laten we komende week gaan binnen- en buitenspelen en de (levens)koers op (on)navolgbare wijze naar onze hand zetten. Staand klimmen waar de rest blijft zitten, demarreren waar de rest op adem komt en koffiedrinken waar de zonnestralen en wattages ons brengen. Gesoigneerd ver plassen voor levensgenietende gevorderden.

Geschreven door WattCycling trainer Boyd ‘El Tractor’ Welsink

Ook een onverwoestbare tractor kan wel eens sputteren

 Komende week staan alle trainingen in het teken van koers. De bergen tussen Parijs en de azuurblauwe kust van Nice worden gesimuleerd, maar ook de wegen van de Tirreno – Adriatico. En uiteraard gaan we Pogacar ook even nadoen in de Strade, alleen dan op onze eigen manier. Voor de mensen die het liever iets dichter bij huis houden verkennen we ook alvast het parcours van de Tri-Amsterdam.

Recent Posts