Hoofdreis

 In WattCycling column

In aanvulling op mijn Spaanse Duolingo lessen eet ik net wat vaker tapas bij Carlos na de salsales, luister ik met regelmaat naar Manu Chao en sla ik af en toe de Spaanse sportkrant Marca open. Deze krant kwam vandaag met een wel zeer opvallend verhaal. Tijdens de zesde etappe van de amateurkoers Interclub Vinalopo gaven maar liefst 130 van de 182 renners op halverwege de koers. Veel renners moesten naar eigen zeggen vanwege een valpartij of lekke band de strijd staken, alleen was dit nergens te zien op de wedstrijdbeelden. Uiteindelijk zouden slechts 52 renners de finish van de koers bereiken waar de CELAD – de Spaanse antidopingcommissie – hen stond op te wachten. Toeval? Of toch een gevalletje onrechtmatig willen klimmen naar een hoger niveau… lees verder!

Boven jezelf uitstijgen is iets wonderbaarlijk lekkers. Als verwonderende romanticus durf ik te stellen dat bepaalde muziek, bordjes sprints, zonnestralen en koffiemomentjes meer dan genoeg zijn om die staat van zijn te bereiken. Of een knuffel van de juiste persoon waarmee de flimstering door je lijf schiet en by har wêze as thúskomme is. Maar wat als dat niet (meer) werkt? Of die persoon er niet is? Moeten we dan als een Wilfried Nathan Doualla uit Kameroen, die ook wel eens door het leven gaat als Alexandre Bardelli, de boel voor de gek houden? Hét toptalent van Kameroen die als een fysiek sterke kruising tussen Jari Litmanen en Tom Boonen over het voetbalveld raast blijkt namelijk niet 17, maar 31 jaar oud te zijn. Of kunnen we beter zoals het Spaanse en Portugese amateur peloton in de snoep pot van ome Lance gaan graaien?

Ik denk dat er een alternatieve optie is die voor ons wielerliefhebbers is weggelegd. Een optie waarin vertrouwen en competentie samen een soort van magie vormen. Een magie waarbij je misschien niet direct als een truffelende Thomas Dekker boven jezelf uitstijgt, maar wel uit je eigen schaduw treedt. Een activiteit die doet denken aan een soort alchemie waarbij beperkende mechanismes transformeren in wijsheid, moed en grenzeloos potentieel. En om die dopingvrije boven jezelf uitstijgende kant te ontdekken moet je soms eerst de diepste krochten van de innerlijke saboterende schaduwzijde van de Spaanse amateurrenner die in je huist in duiken om tot de hoogste toppen van het potentieel te komen. En laat in de bergen zijn, fietsen of klimmen zich daar nou fantastisch voor lenen. Ik ben er nog altijd niet uit of het de vertraging is die hoort bij cadans 70 tegen de 10%, de stilte, het uitzicht, het gebrek of juist de rijkheid aan zuurstof…of een combinatie van alles. En ik wil het dinsdag dillema waarin gekozen moet worden tussen bergen of zee niet opnieuw aanwakkeren, want allebei hebben ze het vermogen iets te ontwapenen en plooien. Maar omdat waterfietsen op de golven toch een vak apart is hou ik het even bij fietsen in de bergen.

In de bergen kan je je realiseren dat je wacht op een moment (bijvoorbeeld de Tour de France nog halen) wat waarschijnlijk nooit gaat komen. De 4W/kg steekt schril af tegen de 6,5 a 7w/kg die mannen als Vingegaard en Roglic op het asfalt leggen. En de realisatie dat dit nooit meer gaat gebeuren, is precies het moment waarop je zat te wachten. Het doorbreekt de verwachting dat misschien ooit nog iets wonderbaarlijks gaat gebeuren en verlegt de cadans naar zaken die nog wel te creëren zijn. Bijvoorbeeld het genietend fietsen in de bergen. De condities in de bergen zijn zelden perfect en kunnen eenvoudig omslaan. Ook de gedachtes over imperfecte carrière, levenspartner, geldzaken etc doen er op zo’n moment niet toe. Het is een dansen op de pedalen die niet gaat om de top bereiken, maar om het dansen zelf. Het leven speelt zich af op dat moment en je hebt daarin maar één trap per keer. Het maakt je levendig in het moment terwijl je afziet. De strijd speelt zich dan niet meer af tegen anderen, het verleden of de toekomst, maar tegen jezelf in dat moment. Je bent niet meer bezig met anderen te laten zien hoe goed je bent door uit te sloven, maar je voelt je goed genoeg zonder de behoefte om je uit te sloven.

Het klimmen maakt je moedig. Het is niet dat de stukjes 18% stijgingspercentage je niet bang maken, maar je bent niet meer bang om je bang te voelen, want er zit niets anders op dan doortrappen. Je voelt het wel, maar het houdt je niet tegen. Je voelt de sensatie van het afzien en ergens letterlijk en figuurlijk tegenop zien, maar het grijpt je niet. Dus we kunnen die vrees wel voelen als we niet nog een tandje lichter kunnen schakelen en de hartslag al door het dak schiet, maar we zijn de vrees niet. We worden er zelfs vriendjes mee en laten het ons motiveren. En dan begint de reis in het lijf en hoofd pas echt… de hoofdprijs is de hoofdreis.

Waar de vrees of angst doorgaans gedreven wordt door een eigenbelang van onvervulde behoeftes, of dat nu veiligheid, liefde of erkenning in sportprestaties is… is het een (beschermings)mechanisme dat altijd wat nodig heeft. De vrees dat je niet genoeg bent of hebt maakt dat je altijd iets nodig hebt om de oneindige honger te stillen die niet te stillen valt. En wanneer je klimt vervul je langzaam deze behoeftes waardoor de vrees omwenteling na omwenteling naar de achtergrond verdwijnt. In de schaduw van de berg zakt het weg langs de vangrails en maakt ruimte voor…liefde.

En liefde neemt niets, want het heeft niets nodig. Liefde is een waardering zonder een behoefte wat gevuld moet worden. Het zit in het geluid van de ratelende ketting die echt geen tandje lichter kan, in de zonnestralen die om de hoek van de bocht weer op het wegdek schijnen waardoor er warmtegolfjes boven het asfalt ontstaan, in de vliegjes die rond de zoetigheid van je bidon vliegen, in de hoge ademhaling die je doet denken aan de beat van een heerlijk nummer op een zomers festival. Het is iets wat zich vanzelf afspeelt in het heden. De liefde is op dat moment geen emotie van de ‘klimmershigh’, maar een staat van zijn die de vrees overklast. Het verbindt, creëert en draagt bij, want liefde wil altijd delen.

Tot zo ver de gedachtes over klimmen. Op de Amerongse Berg welteverstaan. Niet gek voor een kilometertje tegen een paar procent. Terwijl ik aan de koffie en appeltaart zit bij cafe De Proloog gaan mijn gedachtes nog even terug naar het Spaanse amateurpeloton. Stel dat mijn Spaans al ietsje vloeiender was geweest, wat zou ik de renners dan willen zeggen of vragen?

Ik denk dat de vrees van niet goed genoeg zijn en dus doping gebruik (in)direct gekoppeld is aan onze bereidheid en vermogen om te gaan met het heden. Alles wat we vandaag niet doen of kunnen, stellen we uit naar de toekomst. Met als gevolg dat we het in de toekomst alsnog tegen gaan komen. Misschien wel groter, lelijker of beangstigender dan vandaag. Dus zou de toekomst dan alleen spannend zijn voor diegene die niet in staat zijn om om te gaan met het heden? Het vechten tegen een vrees uit verleden of toekomst lijkt in die zin beperkt houdbaar, waar het vechten voor de liefde in het heden een opzetje lijkt te zijn tot bepaalde passie, creativiteit en groei. En daarmee, kunnen we boven onszelf uitstijgen…

Geschreven door WattCycling trainer Boyd ‘El Tractor’ Welsink

Ook een onverwoestbare tractor kan wel eens sputteren

Komende week staan alle trainingen in het teken van klimmen. Het staan, zwoegen, zwieren en zwalken op lage cadans waar geen einde aan lijkt te komen is kwellend en magisch tegelijkertijd. Je kan anderen verslaan, jezelf verslaan en boven jezelf uitstijgen. Naast de benen is het de hoofdreis die de hoofdprijs bepaalt. Kom trainen en kruip in de benen van Contador of het hoofd van Pogacar en stijg tot grote hoogte!

Recent Posts