How Sweet it is to be loved by…Wout.

 In WattCycling column

Ken je dat gevoel? Van die dagen met van die kleine dingen. Je kleurrijke koerspetje achterstevoren op je hoofd en je baard net korter getrimd dan je snor. Gewoon omdat het kan. Honden, baby’s, vlinders en andere lui begroeten je alsof je ze zojuist een aanbieding hebt gedaan om gratis een lang weekend in een Cabin met hottub in de bergen te vertoeven met onbeperkt vuur, marshmallow, muziek en grandioos uitzicht. Een dag waarop je van de ene gekke frivole setting in de ander valt en dingen geen ander doel lijken te dienen dan je blij te maken. Een blik, een aanraking, een geluid…Een dag waarop een eenvoudig rondje op de fiets zomaar magisch uit de verf komt met een zomerse duik en Hamka’s of ijs toe. De gloed van kleurrijke zonnestralen, de geur van verse modder na een onweersbui, de speelse vormen van vervormende schaduwen tegen de bomen; het heeft allemaal wat diepgaands en kunstzinnigs. Dat gewoon naast elkaar lopen voelt als wandelen door een kunstig Wes Anderson boek. Ook al heb je honderd leuke dingen te doen is in het gras liggen met je neefje en kletsen over de vormen van de wolken het beste wat je kan bedenken. Zo’n dag waarop de grijze volgevreten duiven op de Dam zelfs een kleurrijk heerlijk roekoeloos leven hebben. Zo een dag precies op de Sweet Spot… lees verder!

Het zijn van die dagen waarop je een PR op de marathon van Rotterdam gewoon de titel ‘Ochtenloop’ op Strava geeft en mensen je aankijken en moeten lachen zonder dat je tandpasta op je gezicht hebt zitten. Waarschijnlijk omdat je een Local Legend bent of je je op zijn minst zo voelt. Het is dan niet hoe je eruit ziet of wat je doet, maar de blik waarmee je naar de wereld kijkt die het mooi maakt. De rauwe puurheid en verwondering waarmee je door de dag loopt of fietst werkt hier als gelletje met cafeïne. Totdat het omvalt…

In één klap lijkt soms alles om zeep. Bijvoorbeeld op 65km van de finish in Dwars door Vlaanderen waar er een massale valpartij was in de afdaling richting de Kanarieberg. Nota bene op de gevaarlijke afzink die uit de Ronde van Vlaanderen is geschrapt, dus de voortekenen waren er. Maar soms wil je ze niet zien. Of kan je ze niet zien door de koers adrenaline waar je (nood)gedwongen in zit. De snelheid was om te duizelen, de impact van de klap uiteraard ook. Voorjaarstenoren als Jasper Stuyven, Biniam Girmay en Wout van Aert gingen als een slechte compositie tegen de grond waarbij de laatste naast sleutelbeen en meerdere gebroken ribben ook een gebroken borstbeen opliep. Als Wout minutenlang blijft liggen weet je dat er schade is van serieuze Aert. Het is doffe ellende waarbij je in één keer al je ambities kan opbergen. En hoe schuldbewust en realistisch je ook bent, je vraagt je toch af ‘’heb ik hier al die opofferingen voor gedaan? Elk grammetje afgewogen? Al die tijd rondgezworven en boven op een berg gezeten?’’. Je bent zo trouw en toegewijd aan de sport waar je zo verliefd op bent geworden, je bouwt je leven zo goed als kan eromheen en het brengt je meer toekomstdromen en vreugd dan de onzekerheid kan wegnemen. Maar na een val ben je even geen renner meer. De koers rolt van je weg en gaat door alsof je een vreemde bent…

Daar lig je dan. In plaats van huppelend aardbeien halen op de markt worden ze bij je langsgebracht en proeven ze minder zoet dan je gewend bent. Je voelt je leger en meer afgeleid dan normaal en vraagt je af waarom je zo sterk aan de koers hebt vastgehouden, terwijl de koers zonder jou gewoon doorgaat. Was de koers dan niets? Wat heeft de valpartij eigenlijk veroorzaakt en wat is mijn rol hierin?

Stukje bij beetje rust je uit, leer je revalideren en besef je dat je een stukje kwijt bent. Een waardevol stukje. De Ronde van Vlaanderen, Parijs – Roubaix, de Giro… al je (korte termijn) dromen kan je op je gehavende buik schrijven. Kansen zijn weg, mogelijkheden zijn weg en die gevoelens komen nooit meer exact hetzelfde terug. En ook al weet je dat ook dit onderdeel is van wat het betekent om levend te zijn, voelt het allesbehalve levendig. Eerder als te veel.

Je wil sneller revalideren van je wonden dan goed voor je is en moet dus continue in de remmen knijpen. Je praat minder, wordt kalm, observeert en leert meer, maakt anders oogcontact, denkt net iets langer voordat je spreekt omdat de woorden nog moeilijk komen, gaat zorgvuldiger met je tijd om en gaat wat respectvoller en stiller door het leven als gevallen renner. Je kan het niet forceren. Het komt zoals het komt. En dat begint bij een zekere dankbaarheid.

Wanneer dat om de hoek komt kijken, komt de zon tegelijkertijd ook door en val je stukje bij beetje weer…voor jezelf. Met de wereld en de levenskoers. Dezelfde koers? Parijs – Roubaix is nog altijd de droom, je zal er alleen minimaal een jaar op moeten wachten. Maar met deze ervaring voelt wachten niet als wachten. Het gaat namelijk niet meer om wat jij voor het magische Roubaix voelt, maar ook om wat je niet voelt voor elke andere koers. Op de kasseien voel je je namelijk anders. Meer jezelf dan op welke andere plek je ook gefietst hebt. Je kan de kasseien de kasseien laten zijn en ze perfect vinden zonder de behoefte te voelen ze te veranderen in een perfect ongeplooid asfalt beeld. Je bent door afwezigheid van de Sweet Spot gaan herkaliberen en daarin is het wielerhart zuiverder geworden en weer langzaam aan het openen, maar wel met een compleet gerenoveerde veranda waardoor je zelf en iedereen die bij jou naar binnen wil een paar % extra omhoog zal moeten klimmen om erbij te kunnen. Je kunt niets anders doen dan iets blijven tonen wat misschien wel de schaarse menselijke kwaliteit is, maar hoort bij een topprestatie; consistentie. Daar zullen zware grillige revaliderende dagen tussen zitten, maar dat overschrijf je met de liefde en zekerheid voor de koers die je voelt. Het schoonmaken, likken en verzorgen van de wonden doet een poosje pijn, maar is nog altijd beter dan er een pleister op doen en maar doorgaan. Het zal wat loyaliteit, consistentie en doorzettingsvermogen vragen om je straks weer renner te kunnen voelen in de koers, maar de enige manier om dit weer in de koers te vinden is door het eerst zelf weer te zijn. De koers is weg, en overal. En de enige manier om dat te accepteren is er dwars doorheen gaan en het doorleven. En anders kan je altijd nog relativeren en bedenken dat het vliegveld van Wenen een speciale balie heeft voor mensen die naar ‘Austria’ zijn gevlogen in plaats van ‘Australia’ en weer lachend door.

Stukje bij beetje zijn het juist de verliezen die je laten groeien en neem je afstand. Geen afstand van de koers die je zo pijn heeft gedaan, maar van de versie van jezelf die andere mensen en dingen te veel macht gaf. En tuurlijk denk je terug aan je liefde voor Parijs – Roubaix en kijk je af en toe naar de kasseien met de kennis dat je hoopt dat het de koers is waarmee je je gaat verzoenen. Maar je weet ook dat de kans even zo groot is dat het de grootste illusie van je carrière gaat worden. Sommige dingen kan je helaas gewoon niet controleren, zoals welke koers je hart kiest om te begeren. En dat betekent soms de puurste vorm van liefhebberij loslaten. Iets loslaten wat je hart breekt, maar je wel een heldere blik en visie geeft als een opgepoetste Bliz bril met roze glazen. En wanneer je helder kan zien, kan je nog beter liefhebben.

Met een gebroken hart achter een gebroken borstbeen word je minder hoopvol wakker dan na een avond massage en een ochtend met koffie en croissantjes op bed. Je voelt dan ook als geen ander dat je een klein beetje naast je Sweet Spot begint te geraken. Het is de koers die je het meest liefhebt waar je het meest op afgeeft. Je wil iets geven wat je tegelijkertijd zelf stuk maakt, vanwege de strijd die je met jezelf aan het voeren bent. Het zijn de gevolgen van een eerdere val waardoor je de levenskoers bekeek door de lens van een vorige koers en gaat dan eenvoudig op het verkeerde letten. Een strijd die weinig tot niets met de ander van doen heeft, maar de roze glazen worden pas gepoetst als de hectiek wat uit de koers is. En uiteindelijk zit daar een stukje emotionele koers intelligentie.

Het is als een over-under die samen op stabiel uitkomt, maar het nog nèt niet was. En dat…is soms precies wat je nodig hebt om de stukjes weer aan elkaar te lijmen. Het is niet altijd leuk, maar wel nodig. Je bent al eens terugkomen van een valpartij in de tijdrit waarbij je hele bovenbeen openlag en ook dit gaat je weer brengen naar een volgende versie. Eentje die genoeg af en sterk is om een heel leven op te bouwen. Anders dan ooit eerder. Hoe je dat weet? Waar het hoofd zich soms heeft afgevraagd of je jezelf ooit nog renner kan noemen en openstellen voor de koers, zegt het wielerhart ’rustig, relax maar’. Je komt weer op plekken waar je nog nooit geweest bent, en het is fantastisch. Je kent de weg niet, maar toch volg je een gpx die je vertrouwt, want je bent inmiddels zelf de navigator. Het is een andere laag zonder ruis en je weet wat je wil. Je hebt de uitstraling van de kopman, de zorgzaamheid van een meesterknecht en draagt zonder moeite de verantwoordelijkheid voor de hele ploeg. De rust en soms saaiheid doet je schrikken omdat je het niet meer gewend was of niet kende, maar dat is hem nou net. Zoals goed gepositioneerd zitten in een waaieretappe met Typhoon weet je dat goed zit als je samen niets kan doen.

Het kost je comfort, dromen, richting, en soms zelfs begrepen worden, maar stukje bij beetje maakt leuk plaats voor houden van en in plaats van begrepen word je gezien. De paar dingen die je kwijt bent horen bij een snelpak dat kapot is geschaafd en je ook niet meer langer past. Je ritme is anders. En het is door het liefhebben van de kleine dingen en anderen, dat je weer van jezelf kan houden als renner. Het gaat nooit meer zo perfect worden als sommige dingen waren of leken te zijn, maar je hebt wel het vermogen ontwikkeld om beter om te gaan met wat niet perfect is. Een dankbaarheid en bewondering voor dingen zoals ze zijn, zoals alleen jij dat kan. En daar gaat iets opgeven aan vooraf.

Als de renner die vanuit intrinsieke motivatie eindeloos kan sprinten, klimmen, tijdrijden en meesterknechten heeft het alles, maar dan ook alles van je gevraagd om deze dingen op te geven. Om niet door te gaan. Om op te geven, wat je nooit zou doen. De bijnamen als wonderkind, alleskunner en ideale schoonzoon die ooit zijn verworven laat je los, want je bent er een klein beetje van afgevallen. Het is niet de pace, space of de communicatie in het oortje die je had gewild, maar het brengt je met een kleine omweg door de berm weer bij een eigen delicate warmte, nieuwsgierigheid en zachtheid vol kracht. Een tractor staat het veiligst in de schuur, maar daar is hij niet voor gebouwd. Er zit dus niets anders op dan de deuren open te gooien en ervoor te gaan, hoe onbehagelijk de klappen van een valpartij of sputterende motor ook zijn geweest.

En dat is direct dan ook het enige wat je kan doen; de situatie aanvaarden en benaderen alsof het een eigen bewuste keuze is geweest om doorheen te gaan. Dus Wout van Aert zal er nooit voor gekozen hebben zo ongelofelijk hard zijn dromen aan diggelen te zien gaan en alles te breken, maar stel dat het wel zou hebben gedaan, wat zou hij dan willen dat het hem zou leren? Denk er maar eens over na…

En daar dan actie op ondernemen. Eerst naar het eigen lijf, daarna weer de buitenwereld te lijf. Want acties tonen het ware karakter. Hoe klein of groot, raak of niet raak ze ook zijn. Het is die discipline en consistentie waarmee de ware Aert boven komt drijven. In dit geval door een rondje van dik dertig kilometer op de mountainbike. De ups & downs van de voorbije tijd omarmt hij inmiddels al squattende en het kunnen vasthouden van zijn stuur voelt als het vasthouden van een kassei van Roubaix boven zijn hoofd. Wout maakt zich beter dan ooit. Voor zichzelf. Voor de koers. De pijn niet meer naar binnen, maar naar buiten. Het zuur eruit. Wout lacht, zet zijn tanden op elkaar en gaat steeds soepeler door. Door de keiharde keuze’s die hij al maakte voor zijn vak, die nu in onzekere tijden buiten de koers misschien pas helder worden, schuilt en blijkt het vertrouwen in zichzelf en zijn droom. Waar Wout in de positie zit om als zielige patiënt stil te gaan zitten op het veilige droge, kiest hij er wederom bewust voor om aan de bak te gaan in de regen voor zijn geliefde koers. Wout houdt meer van de fiets dan iedere pijn die hij ooit heeft gekregen. Wout houdt meer van de koers dan de afstand die de koers nu tot hem heeft. Wout houdt meer van leven op twee wielen dan iedere slechte benen dag die er geweest is of nog gaat komen. Waar Wout en zijn fiets elkaar vinden vormt zich een team. Een team wat alles kan doorstaan. En het is die liefde die al zijn breuken, wonden en twijfels heelt. Het is voor Wout onmogelijk om niet van de koers te houden. Misschien wel iets te veel zelfs. Maar hoe kan het anders als het alles is wat je wil en wat het beste in je naar boven haalt?

Wout is precies waar hij moet zijn. Hij is er nog niet helemaal, maar de koers is nog niet afgelopen. En ik gun het hem zo. Hij moet het zelf doen met af en toe iemand die door zijn wonden heen kijkt net zo lang tot ze zachter worden. Dat ze genezen. En ook al kunnen anderen de pijn en opoffering nooit voelen en kan niet iedereen fan zijn… Wout is een goeie. Ook al heeft hij in zijn jonge veldrit jaren de schijn wat tegen gehad. En zeker tot Parijs – Roubaix weer voor de deur staat laat ik hem niet alleen in zijn wonden leven. Die tranen door merg en been op het asfalt in Dwars door Vlaanderen…nooit meer. Misschien ga ik hem wel iedere week een kaart sturen. Gewoon omdat het lief is en meer lief meer beter is.

Om echt weer in de sweet spot te kunnen kruipen moet je blij zijn met waar je nu bent, en dat beschermt je voor alles wat je laat voelen dat je niet door kan of dat Roubaix voor altijd buiten bereik ligt. En met deze wereldse krachten in je perspectief, denken en wielerhart is niets onmogelijk. De Sweet spot komt in razend tempo terug. Niet exact hetzelfde, maar 3.0 of misschien inmiddels wel 5.0. Wout heeft nog 69 jaar aan koersliefde wat hij in een handjevol koersjaren moet gaan stoppen. En tegen die onvoorwaardelijke krachten is niets of niemand opgewassen, want dit is nou precies waar het koersleven om gaat. De liefde voor de koers, de connectie met je fiets, de fantastische bergen die je allemaal op kan rijden… die komen vanzelf. Daar zijn er ook meer dan genoeg van. Daarom is het juiste aantal fietsen ook n+1. Maar de keuze blijven maken om het niet op te geven als het even tegenzit. De wereld in en door met die ene fiets. Daar wordt het onvoorwaardelijke verschil gemaakt. Daar zit toekomst in. De liefde voor de koers komt nooit meer exact hetzelfde terug, maar met de juiste groeiende keuzes wel alleen maar bete dan het al was.

Ik heb nu al in de goede zin medelijden met de koers. Met de kasseien van Parijs – Roubaix. Er komt een dag waarop Wout deze barre stenen weer mag omarmen en voor altijd het mooiste kindje van de klas gaat laten voelen en zijn.

How Sweet it is to be loved by… Wout.

Geschreven door WattCycling trainer Boyd ‘El Tractor’ Welsink

Ook een onverwoestbare tractor kan wel eens sputteren

Komende week staan alle trainingen in het teken van de Sweet Spot. Het is net als het FTP en de Vo2-max een ijkpunt waar je jezelf een klein beetje voor de gek houdt. We gaan spelen net onder-, op- en ook boven deze zoete grens om daarmee een stevig fundament te bouwen die ons als renner naar een 2.0, 3.0 of misschien wel 4.0 gaat brengen. Neem mee een handdoek, bidon en een gezond dosis liefde voor de koers.

Recent Posts