Koersen op je Inner – Sjaan

 In WattCycling column

De afgelopen week gaat de persoonlijke boeken in als een week van intervallige emoties. Niet zozeer omdat dat ik me zorgen maak om het liefdesverdriet van Hazes jr, want die leeft toch alsof elke dag de laatste is. En ook de verkiezingspraat met alle daarbij behorende peilingen liet me om en nabij zo koud als de vijfde etappe van de Tirreno. Al lijkt het me wel mooi als we het puntensysteem van het songfestival gaan hanteren bij de verkiezingen, zodat je meerdere partijen ergens tussen de 12 en 3 punten kan geven. Scheelt keuzestress, maakt de uitslag bekend maken een stuk spannender en er is een grotere kans dat meer mensen zich betrokken voelen en gaan stemmen; voilà. Al zie ik vast iets over het hoofd omdat ik het nog niet scherp genoeg heb uitgedokterd, en laat dat nou precies zijn wat het koersen zo mooi maakt… Lees verder…

Het was commentator en heerlijke podcast maker Maarten Ducrot die de woorden in de mond nam tijdens de Tirreno – Adriatico: ‘’Het groepje heeft nu echt een gaatje geslagen, en aan de gefocuste grimassen te zien wordt er gekoerst op het scherpst van de snede’. Een op het oor onschuldige kreet waar, als je er iets langer bij stil blijft staan, nog een venijnig scherp randje aan zit.

Om in termen van scherpte te blijven; hoe scherper je een mes kan slijpen, hoe fijner je kan snijden. Je kan daarmee taaiere stukken snijden, die je ook nog eens kleiner en kleiner kan maken. So far so good en volledig in lijn met de Foodcoach App van Jumbo-Visma. Wanneer we dit toepassen op verfijnde instrumenten zoals ons denken of het begrijpen van dingen, fietsen we tegen wat praktische wegblokkades aan. Waar aan een komkommer snijden een fysiek limiet zit, is ons fantasierijke denken wat grenzelozer van aard en daarmee de limiet wat minder zichtbaar. Waar we een stukje komkommer op een gegeven moment niet kleiner kunnen maken, valt in ons denken altijd nog wel iets te snijden. Wat volgt is dat we onze problemen of ons denken kleiner en kleiner snijden, waardoor we de illusie van controle en oplossen creëren, terwijl we in veel gevallen ons eigen verstand voorbij snijden en een probleem louter opsnijden in meer kleine probleempjes. Zo creëren we nog meer probleempjes die we nog meer willen oplossen. Uiteindelijk hebben we dan verdacht veel weg van een hond die zijn eigen staart achternaloopt.

Hoe klein we ons denken ook opsnijden, de invloed van het probleem blijft hetzelfde. Stel Peter Sagan krijgt van zijn soigneur na de finish geen zakje met 15 winegums toegestopt, maar een zakje waarin ze zijn fijngesneden tot 100 winegums. De soigneur zegt dat er zich een klein probleem in de BORA -hansgrohe keuken heeft voorgedaan en dat één van de 15 versneden snoepjes geen winegum is, maar een stukje drol van de eerdergenoemde hond, verbloemd door wat kleurrijke kleurstof. De winegums zijn zo fijn gesneden dat je het verschil niet kan zien, maar pas merkt als je het proeft. Neem van mij aan dat een handje snelle suikers naar binnen werken dan opeens heel spannend kan zijn.

Daar komt nog eens bij dat de gevoeligheid waarmee we reageren of handelen op deze verkleinde problemen de zaken doorgaans al gauw pijnlijker en persoonlijker maakt dan nodig. Voordat je het weet staat Peter Sagan zich treurend over de meet af te vragen waarom winegums sneller op en over datum lijken te gaan als hij ze zelf betaald heeft. Een gedachte die de fietsprestaties hoogstwaarschijnlijk niet ten goede komt.

Deze gedachtes doen me met weemoed terugdenken aan Sjaan. Niet dat je haar naam op deze manier schrijft, maar zo heette ze wel. Dat ik het fonetisch en simpel zou houden had ze waarschijnlijk kunnen waarderen. Sjaan woonde tegenover mijn ouders in een dorp, maar was het geboren en getogen boegbeeld van de Amsterdamse Jordaan. Nog nooit heb ik zoveel tijger- en panterprint op een crematie gezien, maar dat terzijde. De hele dag een tv aan met daarop ‘’De straten van Amsterdam’’ op AT5. Overal had ze een verhaal bij, kende ze iemand, of deed het haar ergens aan denken. Sjaan hoefde niet meer, scherper, moeilijker, gekker, hoger of harder. Sjaan had genoeg aan alles wat er al is, en kon daar op geheel eigen wijze iedere keer weer met een anders perspectief naar kijken.

Als ik nog had kunnen vragen wat Young Boys – Ajax vanavond zou worden had ze waarschijnlijk gezegd dat een gelijkspelletje logisch is, omdat Zwitsers meestal neutraal zijn.

Als ik naar mijn ouders fietste was er altijd minimaal een zwaai door het raam, maar meestal een praatje of knuffel. Sjaan, van horen en zeggen vroeger een pracht van een vrouw, kon je zo stevig knuffelen dat je net zo naar adem snakte als Mathieu van der Poel na zijn overwinning in de Amstel Gold Race. Binnenkomen mocht ik altijd, richting de vaste stoel over het paarse tapijt, voor een praatje of wijze raad. De woorden om Sjaan te beschrijven doen haar eigenlijk bij voorbaat te kort, maar denk voor de beeldvorming aan een soort vrouwelijke Johan Cruijff in een paarse panter pyjama met de ondeugendheid van een speels kind.

Aangezien we niet heel veel meer zijn dan de opsomming van de keuzes die we maken ben ik blij dat ze me voor sommige keuzes heeft behoed.

Zo had ik ooit een reeks verrassingen en cadeautjes gepland in de vorm van een speurtocht voor de verjaardag van mijn toenmalige vriendinnetje. Vol enthousiasme heb ik mijn scherpe en doordachte plannen uiteraard met Sjaan gedeeld. Ze zette op een bepaald moment de TV wat zachter en richtte haar volle aandacht naar mij. Ze vroeg zich af welke van deze ideeën ik gekozen had om uit te voeren. Dus ik leg nogmaals het idee van het dagvullende programma uit waarop ze zich verder naar me toe buigt en zegt: “Als je wat kleine ditjes en datjes doet die bij haar passen, laat je zien dat je van haar houdt. Als je 100 verrassingen bedenkt, laat je alleen maar zien dat je van verrassingen bedenken houdt.”

Een beetje gedesillusioneerd was ik zeker, maar deze woorden komen wel van de vrouw die mijn allereerste tekening kocht die ik vroeger langs de deuren verkocht. De vrouw die mij planten uit het gazon van het gemeentehuis heeft zien trekken, maar ze toch van me kocht toen ik de planten langs de deuren verkocht om van het geld ijsjes te kunnen kopen. Die niet weg te slaan was bij de kassa van de lokale supermarkt voordat ze een stapeltje voetbalplaatjes voor me had meegekregen. Kortom, een vrouw die volgens mij het beste met me voor heeft gehad en waar ik dan ook graag een les van aanneem.

Een wijze les… die meer dan eens op het koersleven van toepassing blijkt te zijn en ik nooit meer zal vergeten.

Als ik naar de koersen kijk die we afgelopen week voorgeschoteld hebben gekregen dan kan ik niet anders dan aan Sjaan denken. Demarrages van renners die enkele minuten later volledig geparkeerd staan en moeten lossen, de vroege vluchter die het wel haalt in de Nokere-Koers en wat te denken van de ontsnapping van Mathieu op 50 kilometer van de finish. Niet zomaar, maar vanaf kop, met een gelletje nog in de mond. Is dit op het scherpst van de snede van een nog scherper tactisch plan? Nee, dit is niet tactisch qua parcours, qua ademhaling, qua alles. Dit gebeurde omdat Mathieu het koud had.

Waar vriend en vijand verbaasd zijn door deze speelse manier van redeneren en koersen, had Sjaan dit begrepen. En anders had ze wel een handigheidje voor Mark Cavendish gehad, die op ongeveer hetzelfde moment zijn blaas leeg liet lopen om wat warmte in de benen te voelen. Hoe plassen vrouwen eigenlijk op de fiets? Sjaan had het ongetwijfeld geweten.

Het is deze ongeremde, speelse, ongecontroleerde manier van koersen die zo veel glans geeft aan het wielerspektakel dat zelfs mensen die al decennia lang in de wielersport vertoeven ervan ondersteboven raken. Dus laten we koersen op het scherpst van de snede, maar niet verder snijden dan nodig. Het intervallige koersen van Mathieu, Julian, Wout, Tadej, Sep en Quinn laat de koers weer leven als nooit tevoren. Ook zonder het publiek en nu Sjaan er niet meer is. En dat lijkt me een succes voor iedere betrokkene.

In tegenstelling tot andere mensen wenste Sjaan me overigens nooit ‘succes’. Een van de laatste keren dat ik haar sprak heb ik op de vrouw af gevraagd waarom ze me eigenlijk nooit succes wenste als ik weer een snood plan of idee had gedeeld. Haar antwoord was simpel, ik had het volgens haar niet nodig om succes mee te krijgen omdat ik al wist wat succes was; liefhebben.

Laten we het intervallige bestaan van de (levens)koers omarmen, liefhebben en onze inner-Sjaan nooit verliezen.

Geschreven door WattCycling trainer Boyd ‘El Tractor’ Welsink
Ook een onverwoestbare tractor kan wel eens sputteren

Recent Posts