Liefde voor de koers

 In WattCycling column

Mantua, dat is waar de woordenkoers vandaag start. Een prachtig stadje in het noorden van Italië. Een plek omringd door meren, waar als enige plek in Europa nog lotusbloemen in het wild groeien. Ze gedijen daar zo ongelofelijk goed dat ze regelmatig met grof geweld weggehaald moeten worden, omdat de meren anders dichtgroeien. Lago Inferiore, Lago de Mezzo en Lago Superiore… zelfs onder, midden en boven klinkt in het Italiaans als een smaakvolle Barolo na een lange fietstocht. Ik snap die lotusbloemen wel. 

Maar daarom zijn we niet hier. Ook niet omdat dit de geboorteplaats is van Eduardo Affini, de talentvolle Italiaanse hardrijder die deze Giro een boete van 200 Zwitserse Frank kreeg voor het aanpakken van een ‘plakbidon’. En dat terwijl hij al 2 dagen uit koers was met een gebroken handWe zijn hier voor een klein, afgelegen, aftands betonnen gebouw zoals je ze alleen in Zuid-Europese landen ziet. Een mooi soort verval, waarbij je niet te hard durft te ademen, omdat je bang bent dat het anders instort. Door de scheef hangende rolluiken en graffiti op de muur twijfel je misschien zelfs wel of het verlaten is of niet. Totdat je dichtbij genoeg staat om via de spleten in de muur de geur van gemalen bonen te ruiken, vloeiend getetter van radio RAI door de ether hoort schellen en wordt gehypnotiseerd door het gezoem van honderden naaimachines.  

Want hier ligt de fabriek van MOA Sports, inmiddels onderdeel van de Italiaanse grootmacht in wielerkleding: Nalini. MOA sports word gerund door wielerliefhebber en oud-keeper van AC-Milan Claudio Mantovani. Dit is de plek waar in de jaren 90’ vernuftige Italiaanse handen snelpakken in elkaar wisten te zetten waarin één renner zijn legendarische status in spurtte. Dit is dé plek waar het zebrapak is geboren waarin hij later Gent – Wevelgem won, het fameuze leeuwenpak waar hij als leeuwenkoning recht op vond te hebben, het tijdrit spierenpak en al die andere opvallende outfits. Dit betonnen gebouw is de ruime inloopkast van een man die maar liefst 191 overwinningen boekte bij de profs, 14 keer de Giro reed en daarin 42 keer als eerste over de finish kwam. Met die laatste overwinning reed hij recordhouder Alfredo Binda uit de boeken. Zijn oppermacht schonk hem bijnamen van Il Magnifico tot Super Mario. Het gaat natuurlijk over niemand minder dan Mario Cipollini  

Het is de vraag of er een renner is die zo intens van de Giro hield als Mooie Mario. Het roze snelpak wat hij droeg bij zijn afscheid symboliseert dit kleurrijk. Het pak, waarop de bloedsomloop en een hart afgebeeld staan, gaven glimmend weer dat hij de Giro altijd met heel zijn hart reed. Vlak naast dat hart een lijstje met al zijn Giro overwinningen. De eerste koers die hij ooit op 6-jarige leeftijd in gezelschap van zijn vader zag was een Giro-etappe. Hij zag renners voorbijkomen in een tijdrit en heeft sindsdien gedroomd om daar ooit als renner onderdeel van uit te maken. Wat hij zag waren supermensen, mensen die sterker waren dan normale mensen. En dat wilde Mario ook. 

‘Meedoen aan de Giro d’Italia was voor mij een feest. De Tour de France rijden was meer een opoffering en hard werken,’ aldus Cipollini voor de camera van de NOS. Gezien de immer goed gebruinde torso kan ik begrijpen dat de Tour de France een hinderlijke onderbreking is van de tanlines bronstig wegkleuren op het strand. Alle definities van bronstig zijn hier van toepassing overigens. In de Tour van 1999 plakte hij een foto van een schaars geklede Pamela Anderson op zijn stuur om zichzelf een testosteron-boost te gunnen en won met overmacht de etappe, in 2003 was hij presentator van de Miss Italië verkiezingen en de Keizer van de Sprint schijnt meermaals een ‘sprintje’ te hebben getrokken en een kwakje te hebben uitgedeeld buiten de gehuwde deuren.  

Is Cipollini dan niet gewoon een aandachtsgeile man? Als je de beelden uit 1999 erbij pakt, waar hij de Keizer van de Sprint verkleedt als Julias Cesar, zich in een Romeinse strijdwagen naar de start laat rijden, zou je denken van wel. Ik vraag het me af. En als het wel zo is, dan is de bijvangst in ieder geval groot geweest. De kloof tussen Noord– en ZuidItalië is er een die twee pagina’s van de Bosatlas bestrijkt. Zowel sociaal, economisch als cultureel is er sprake van rivaliteit, strijd en ongelijkheid. Nu is sport bij uitstek een verbroederende activiteit en zijn er bepaalde evenementen die een land weten te binden. Waar op een nationaal eindtoernooi Ajax en Feyenoord allebei oranje kleuren wist Mario Cipollini tijdens de Giro heel Italia te bedekken met een Azurri blauwe denken van saamhorigheid. Hij bracht eenheid in een verdeeld land en wist Toscane en Sicilië samen te laten opveren uit hun laars. 

Zijn liefde voor de vrouw, de koers en vooral zijn fascinatie voor excentrieke kleding leverde hem veel problemen en duizenden euro’s aan boetes op. Niet alleen betaalde dit zich ruimschoots terug in publiciteit, maar het lukte Mario ook om de wielersport te bevrijden van haar suffe imago. Hij kreeg honderden en honderden vrouwen en kinderen op de fiets. Wielrenners werden meer dan ‘vermoeide mannen’ die aan het eind van de dag voor de camera verschenen.  Mario wist dingen op te schudden, te enerveren en in gang te brengen zonder te verslappen. 

Een vermoeide Mario zal overigens ook nooit ten tonele verschijnen. Simpelweg omdat hij niet bestaat. Mooie Mario wordt nooit oud. Ook al is hij de 50 reeds gepasseerd, de geruchten over een comeback in het peloton doen nog ieder jaar de ronde. Zolang de Giro verreden wordt, is er een kans dat Mario gaat starten. Mythes zijn nu eenmaal mooier dan de waarheid.  

Wie zijn fysieke geoliede gelaat rondjes ziet rijden rond de stadsmuren van Lucca gaat het in ieder geval vanzelf geloven. Doorgaans met een kudde semi-pro’s, fanatieke amateurs en dromende junioren in zijn wiel rijdt Mario als een soort Benjamin Button dagelijks zijn ritjes. 

Met iedere kilometer asfalt vreten erbij, gaan er weer wat jaren en rimpels afDe mouwen iets opgestroopt, de rits van het shirt wijd open en de broekspijpen iets opgerold. Immer gesoigneerd glooit Mario nog altijd als een volmaakte Lotusbloem door Toscane. Een excentrieke goudbruine mastodont die verliefd is op Italië, op zichzelf, maar vooral op de Giro. En dat, is liefde voor koers.   

Komende weet staat de Giro d’Italia centraal in de trainingen van WattCycling. Met al 102 edities op zak staat de koersgeschiedenis bol van de legendes, mythes en idolen. Van verstrengende hitte tot Nova Zembla achtige kou en van kale piraten tot gelovige verzetsstrijders. Alle archiefkasten zijn open getrokken om van het verleden te leren, om in het heden te presteren. Want ook dat, is liefde voor de koers.    

Geschreven door WattCycling trainer Boyd ‘El Tractor’ Welsink
Ook een onverwoestbare tractor kan wel eens sputteren 

Recent Posts