Normaal is meer dan dat

 In WattCycling column

Meer dan ooit hoor ik de woorden ‘normaal gesproken’ of ‘toen dingen nog normaal waren’ om me heen vallen. Als liefhebber van Bold en fervent aanjager van Italic heb ik een moeizame relatie met Regular. Al ligt dat waarschijnlijk aan mijn ‘common sense’.

Niet dat het bereik van in de schijnwerpers verder moet reiken dan de normaliteit in de schaduw, maar omwille de aandacht, of eigenlijk het gebrek eraan, die meer dan eens gepaard gaat met ‘normaal’.

We vinden het bijvoorbeeld normaal dat de zon iedere dag opkomt. Zo normaal dat het meer dan eens aan onze aandacht ontglipt. Pas als de zon een keertje niet op zou komen, en we er persoonlijke hinder aan ondervinden, krijgen we verlangens naar het oude normale of een snelle oplossing. Pas dan krijgt het de aandacht die het misschien altijd al verdient. En hoe wenselijk is ‘terug naar normaal’ als normaal niet blijkt te werken?

Nog buiten beschouwing latende wat normaal überhaupt is en of oplossen wel de beste manier is om een probleem aan te pakken.

Daar komt nog eens bovenop dat het in onze aard zit om gewenning te kunnen vinden in uitzonderingen. Een ritmisch voorbeeld: het is ondertussen zo normaal geworden dat ik als eerste ga dansen op een huisfeestje waar niemand danst, dat getwijfeld wordt of het wel goed met me gaat als ik dat eens niet doe…

Waar ik heen wil is dat wat voor de een normaal of een constante is, voor de ander een alternatief is. Dat in dingen die we zien, aannemen of gebruiken als vanzelfsprekendheden fantastische bewonderingswaardige dynamieken kunnen zitten.

Zo ook in de fietstechniek, het thema van deze week bij WattCycling. Er bestaat een theoretisch biomechanisch optimum, maar niemand zit hetzelfde op de fiets. Chris Froome en Alejandro Valverde verschillen als Nel Veerkamp en Xena the Warrior Princess, maar toch ook weer niet. Fietstechniek is zo veel meer dan wat druk zetten op de pedalen. Een prachtig voorbeeld hiervan is een term die niet zo vaak meer gebruikt wordt: souplesse.

Een Frans woord, waarvoor vooralsnog geen overtuigende vertaling of synoniem te vinden is. Gezien de huidige wildgroei aan malloten zonder helm, met noise-cancelling hoofdtelefoons al zwalkend op de fiets, lijkt souplesse in de nabije toekomst ook geen hot topic te worden.

Grof gezegd is souplesse het hebben van een soepele en vloeiende stijl op de fiets. Elk stukje van je lichaam en fiets moet eruit zien en voelen alsof je ermee bent geboren en het moeiteloos in harmonie samenwerkt. Iedere overvloedige bij beweging is een flirt met lompheid en wordt gezien als een verspilling van energie.

En dan, als er gestaan mag worden op de pedalen, wanneer het asfalt omhoog kruipt, ontstaat er een gracieuze dans van ritme en kracht. Een tango tussen de ontspanning en het opzettelijke wat met de ogen dicht uitgevoerd kan worden en toch helderder voelt dan de vliegtuigvrije blauwe lucht. Het bovenlichaam daarbij hobbelend heen en weer als een hula poppetje op het dashboard van een taxi.

Dit alles om je kostbare energie te begeleiden naar de minuscule vezels in je benen en romp die zorgen voor dat overweldigende machtige gevoel. En als een sport van soigneurs misschien wel net zo belangrijk; een gebrek aan souplesse ziet er gewoon heel heel heel lelijk uit. Als er een synoniem in de buurt zou komen bij souplesse dan is het waarschijnlijk elegantie.

Er zijn renners die souplesse van nature in zich hebben. Bij wie fietsen zo soepel en gladjes oogt als de vers geschoren kuiten van Sophie de Boer. Maar het overgrote deel van de mensen wordt geboren met een souplesse gelijk aan die van een kapotte rolstoel. Het mooie van souplesse is dat het een techniek is. Iets dat net zoals vele andere technieken kan worden aangeleerd. Sterker nog, het is iets wat actief nagestreefd zou moeten worden. Iets waar je tijd aan besteedt om het onder de knie te krijgen. Het kan een mensenleven duren om deze perfectie te bereiken. Een constatering waarvan de aanwakkering verder waait dan Geraint Thomas in Gent – Wevelgem.

Italianen hebben dit tot een ware kunst weten te verheffen. Ze hebben er zelfs een woord voor: Sprezzatura. Souplesse met een kleine nuance, meer iets van een welbedachte onzorgvuldigheid. Dat je iets ogenschijnlijk moeiteloos doet en het er fantastisch uitziet. Iedereen die wel eens in Italië heeft gefietst weet waarschijnlijk precies wat ik bedoel. Nonchalant doch onberispelijk. Doet me denken aan een Italiaanse vakantieliefde die het vermogen had een halve dag in de weer te zijn met jurkjes, poeders en crèmepjes om vervolgens als een soort jonge Monica Belucci de tent uit te komen dartelen, en toch de indruk wist te wekken dat ze net wakker was een wat willekeurige kleding van de stapel had gepakt.

Wie zijn of haar souplesse wil verbeteren doet er goed aan naar deze mensen te luisteren. Deze mensen weten dat ‘normaal’, meer is dan dat. Ze hebben scarpetta. U weet wel, verwijzend naar het stukje brood dat je gebruikt om alle saus van je bord op te dweilen. Een mooier woord voor alles uit een normaal sausje halen bestaat er denk ik niet. Als Italianen er een woord voor hebben, mag je dit officieel doen en is het niet onbeleefd. Mocht er geen Italiaan voor handen zijn, sluit dan aan bij de WattCycling Thuis trainingen op Zwift. Deze week volledig in het teken van techniek op de fiets.

Geschreven door WattCycling trainer Boyd ‘El Tractor’ Welsink
Ook een onverwoestbare tractor kan wel eens sputteren

Recent Posts