Vaandeldrager (WattCycling column)

 In WattCycling column

Goed, beter, best, Wout van Aert. Als ik de Vlaamse sportkranten mag geloven is dit de vier staps gradatie waarin we Belgische rijders van elkaar kunnen onderscheiden. Tussen de categorie best en Wout rijden mannen als Ilan van Wilder, Remco Evenepoel en Tiesj Benoot ook nog hun rondjes. Dicht bij de onsterfelijkheid op twee wielen, maar bij hun geboorte net niet in een grote ketel met magische mayonaise gevallen. In de slipstream van de Vaandeldrager uit Herentals draften zij mee richting eeuwige roem, in de hoop ooit eenzelfde kunststukje op te voeren als Wout afgelopen wielerjaar, en zichzelf daarmee een plekje in het wielermuseum te verschaffen. Maar wat is er nodig om tot meester in een kunst gekroond te worden? En is dat wel voor iedereen weggelegd? Lees verder…

Er zijn van die dagen waarop er dingen gebeuren, die je niet hebt kunnen voorzien, durven dromen of logischerwijs kan verklaren. Dan denk ik bijvoorbeeld aan Wout van Aert die afgelopen Tour de France zowel een tijdrit, sprint als bergetappe, waarin tweemaal de mythische flanken van de Mont Ventoux werden bestreken, wist te winnen. En sinds afgelopen woensdag is daar de gedachte aan een Vaandeldrager bijgekomen. Ondanks dat ik alle meldingen op mijn smartphone heb uitgeschakeld, ik geen push-meldingen ontvang tenzij het Ajax betreft, en ik zonder bereik diep weg in de Rotterdamse havens vertoefde, voelde ik een lichte trilling door mijn Vastus Lateralis trekken. Mijn eerste gedachte ging uit naar een nawee van de Teamsprint training van de dag ervoor. Een naschok van dit vulkanische sprintgeweld zou niet geheel onlogisch zijn. Toen het exact 10 minuten later nog een keer gebeurde trok ik toch maar even mijn draagbare alleskunner uit de broekzak, en tot mijn verbazing kreeg ik een melding van de Rijksoverheid op mijn scherm te zien…

De kop was als volgt: ‘De Nederlandse staat heeft het Rembrandt schilderij “De Vaandeldrager” voor 150 miljoen euro gekocht van de familie Rothschild’. Nu bleek het niet om een portret van Wout van Aert te gaan, maar een zelfportret van Rembrandt, waarin hij zichzelf volgens het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap “rebels en vol bravoure” afbeeldt. Een flink bedrag, zeker gezien de noodlijdende staat van de kunstsector.

Na flink scrollen werd met duidelijk dat dit geen investering was waar een winstoogmerk bij gemoeid is, dat de prijs hoog was, maar meeviel bij de vergelijking met een werk van Leonardo da Vinci dat voor 450 miljoen euro werd verkocht, en het vooral een kwestie was van weinig aanbod en snel ‘happen’ als de kans zich voordoet. De aankoop moet vooral gezien worden als een toevoeging aan het Nederlandse culture erfgoed.

Nu sta ik met handen vol vingerverf in de kunst kinderschoenen en heb ik nog een hoop te leren en begrijpen, maar ondanks deze toelichting kon ik de rechtvaardiging van deze deal nog niet helemaal omlijsten. En hoe zit het met investeringen in het erfgoed van de toekomst? Of om in termen van de wonderschone kunst van het wielrennen te spreken: Wat is er nodig om ook in de toekomst kunst – en kabinetstukjes toe te blijven voegen, en niet iedere romantische winterse avond opnieuw Gent – Wevelgem 2015 als romantische comedy op te zetten met een fles Barolo uit een steeds verder verleden?

In bange vragende koude winterdagen in het heden grijp ik graag terug naar wijsheden uit het verleden, om zo een fijnere toekomst voor me te kunnen zien. Zoals naar werken van Erich Fromm, de man die zijn halve leven pleitte voor een zekere mate van spontaniteit als noodzakelijkheid om gelukkig te zijn, die het begrip karakter herdefinieerde en er in zijn leven goed in leek te slagen zich niet blind te staren op doelen, maar het kunst en vliegwerk van een proces zelf wist te waarderen.

Ongeacht of het nu gaat om de kunstvaardigheid die je nodig hebt bij het koken van een smaakvol gerecht, het bestieren van de flanken van een Alpencol of de kunst van het liefhebben van de medemens… Wie een kunst met de juiste goesting dan wel grinta wil beoefenen of maken, moet volgens Fromm aan enige algemene eisen voldoen.

Allereerst, innerlijke discipline. Wanneer je alleen iets doet wanneer je er toevallig zin in hebt, heb je hoogstens te maken met een fijne hobby, maar op zo een manier zal die bezigheid nooit tot een kunst verheffen. En dat is meer dan een gedwongen aantal uren aan iets besteden afgewisseld met op de bank hangen en met je telefoon spelen, het gaat om zelfdiscipline in het gehele leven. Want zonder zelfdiscipline wordt het leven ondermijnd, chaotischer dan het van zichzelf al is en gaat het vermogen tot concentratie verloren.

En concentratie, als tweede punt, lijkt nog zeldzamer dan zelfdiscipline. In onze snel verspringende levenswijze waarin we zonder al te veel aandacht kunnen eten, drinken, praten en tv-kijken tegelijk slokken we met onze mond wijd open alles en nog wat door elkaar naar binnen. De concentratie om daarbij te bemerken welke handeling welk effect heeft gaat daardoor vaak aan ons voorbij. De moeite waarmee we alleen met onszelf stil kunnen zitten zonder ons nerveus of gejaagd te voelen geeft dat onvermogen in concentratie mooi weer en brengt ons ook bij de derde factor…

Geduld. Ook hiervan kunnen we stellen dat er doorgaans geduld nodig is om iets te bereiken. Iedereen die wel eens gepoogd heeft een edele kunst de baas te worden zal dit kunnen beamen. Een moeilijke voorwaarde om te vatten wanneer een stelsel of fietsdroom juist het tegenovergestelde wil bevorderen: snelheid. Of het nu een snellere computer, andere machine of reis van A naar B is, wanneer we niet voor de snelste optie kiezen lijken we iets belangrijks te verliezen. Namelijk tijd. Maar wat is die gewonnen tijd waard als we er niet iets beters mee doen dan het doorgaans met nutteloze onkunstige zaken doden? Brengt ons tot het laatste punt… toewijding.

De volledige toewijding bij het maken, beoefenen of leren van een kunst is nodig om van iets moois tot een meesterwerk te komen. In veel gevallen reikt de intensiteit niet verder dan liefhebberij van een gevleugelde hobbyist. Wat overigens een goed begin kan zijn. Want wie een kunst wil leren, begint niet met een directe beoefening, maar met ‘indirect’ dingen opsteken. Wie een prachtig meubel wil maken moet eerst leren tekenen, zagen en schaven en wie ooit de zonovergoten sprint op de Champs – Elysees wil winnen zal ook zijn bordjessprints in de regen moeten maken.

Een kunstwerk in de toekomst vraag dus nu al om een nauwe relatie tot die kunst. De eigen persoonlijkheid lijkt hierbij een enorm belangrijk instrument te zijn in de beoefening van die kunst, of het nu een schilderij, pianostuk, of persoonlijk record op een berg betreft.

Op de terugweg richting het Amsterdamse haal ik in de trein wederom mijn telefoon uit mijn broekzak om een podcast met Wout van Aert te luisteren. In zijn eigen fietsatelier, met de nooit gewassen overwinningsfiets van de Strade Bianchi op de achtergrond, wordt Wout bestookt met vragen door Laurens ten Dam. Over zijn kleding, over zijn materiaal, over zijn trainingen met twee Garmin’s en ga zo maar door. Wout klinkt gedisciplineerd, wacht geduldig tot Laurens is uitgepraat en concentreert zich op het beantwoorden van de vragen. Of het nu om het verleden, heden of toekomst gaat, Wout klinkt door alle fases van zijn bestaan als een meester. Een meester die blijft oefenen en toegewijd is. Toegewijd aan zijn fietsdromen.

Terwijl de boemeltrein voor de zoveelste keer vertraagt om de mensen na om en nabij 8 uur aan routinearbeid richting huis te begeleiden zodat ze kunnen luieren, pak ik een pen en papier uit mijn tas om wat te kliederen en te schetsen. Is dit een gebrek of juist het zoeken van concentratie? En op welke manier dood ik nu precies mijn tijd? Terwijl mijn aandacht zich weer deels toespitst op de podcast teken ik Wout van Aert op een fiets. Niet op zijn nieuwe Cervelo R5 crossfiets, maar kleine Wout pak ’m beet 25 jaar geleden. Op een driewieler door Herentals. Met een toeter op zijn stuur en op zijn bagagedrager een stokje met een vlag erop. Of laten we zeggen; Vaandel. Want ook al staan er leerlingen te trappelen om de meester te overklassen; we kunnen nog de nodige staaltjes kunst van Wout verwachten. Zolang hij met deze toewijding blijft pushen, is het toekomstige culturele erfgoed van Vlaanderen in ieder geval veiliggesteld.

Komende week staan er drempeltrainingen op het programma bij WattCycling. Creëer je eigen kunstwerk door 80-minuten in de huid te kruipen van meesters als Filippo Ganna, Alejandro Valverde en Wout van Aert. Neem naast een handdoek, fietsschoenen en een bidon ook de juiste persoonlijkheid mee om zo boven jezelf uit te kunnen stijgen.

Geschreven door WattCycling trainer Boyd ‘El Tractor’ Welsink
Ook een onverwoestbare tractor kan wel eens sputteren

Recent Posts